BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 13j
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Onze Minister kan de overdrachtswaarde van de pensioenaanspraken van een gewezen minister met overeenkomstige toepassing van de artikelen 70aen 220b van de Pensioenwetoverdragen aan een pensioenuitvoerder als bedoeld in de Pensioenwet, met dien verstande dat voor deze overeenkomstige toepassing Onze Minister wordt beschouwd als de overdragende pensioenuitvoerder.
2. Een pensioenuitvoerder als bedoeld in de Pensioenwetkan de pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer als bedoeld in de Pensioenwet met overeenkomstige toepassing van artikel 70a van de Pensioenwetoverdragen aan Onze Minister, met dien verstande dat voor deze overeenkomstige toepassing Onze Minister wordt beschouwd als de ontvangende pensioenuitvoerder.
3. De krachtens de artikelen 70a, zesde lid, en 220b, vierde lid, onderdeel a, van de Pensioenwetgestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op de waardeoverdracht.
2. Een pensioenuitvoerder als bedoeld in de Pensioenwetkan de pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer als bedoeld in de Pensioenwet met overeenkomstige toepassing van artikel 70a van de Pensioenwetoverdragen aan Onze Minister, met dien verstande dat voor deze overeenkomstige toepassing Onze Minister wordt beschouwd als de ontvangende pensioenuitvoerder.
3. De krachtens de artikelen 70a, zesde lid, en 220b, vierde lid, onderdeel a, van de Pensioenwetgestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op de waardeoverdracht.