BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 5
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder minister mede verstaan: staatssecretaris.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde wordt verstaan onder:
a. gewezen minister: hij die uit hoofde van een ontslag uitzicht heeft op pensioen krachtens deze afdeling;
b. gepensioneerd minister: hij die uit hoofde van een ontslag recht heeft op pensioen krachtens deze afdeling;
c. overheidswerknemer: een overheidswerknemer of een gewezen overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP, die werkzaam was bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde wordt verstaan onder:
a. gewezen minister: hij die uit hoofde van een ontslag uitzicht heeft op pensioen krachtens deze afdeling;
b. gepensioneerd minister: hij die uit hoofde van een ontslag recht heeft op pensioen krachtens deze afdeling;
c. overheidswerknemer: een overheidswerknemer of een gewezen overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP, die werkzaam was bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.