BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 58
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
Een persoon die kamerlid is of kamerlid is geweest, heeft met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk 4en de artikelen 40a, 40ben 40crecht op ouderdomspensioen, met dien verstande dat:
1. voor «dienstjaar» gelezen wordt «kamerlidjaar»; en
2. voor «hoofdstuk 3»gelezen wordt «hoofdstuk 10».
1. voor «dienstjaar» gelezen wordt «kamerlidjaar»; en
2. voor «hoofdstuk 3»gelezen wordt «hoofdstuk 10».