BWBR0003042
Geldig vanaf 01-10-1976
Artikel 13
Gratieregeling 1976
1. Gratie kan worden verleend onder voorwaarden die het gedrag van de veroordeelde betreffen. Deze voorwaarden mogen de godsdienstige en staatkundige vrijheid niet beperken.
2. Een van de voorwaarden kan zijn de betaling van een bepaalde geldsom die aan de Staat vervalt. Mede kan de voorwaarde worden gesteld, dat de veroordeelde de door het strafbare feit veroorzaakte schade geheel of voor een bepaald gedeelte zal vergoeden.
3. Bij de toepassing van het vorige lid bepaalt Onze Minister de plaats waar en de termijn waarbinnen de geldsom moet worden betaald, onderscheidenlijk de schade moet worden vergoed. Hij kan betaling in termijnen toestaan. Hij kan de gestelde termijn of termijnen verlengen met dien verstande dat de totale tijdsduur een tijdvak van twee jaar niet mag overschrijden. De termijn of eerste termijn vangt aan zodra de in artikel 18, derde lid, bedoelde betekening is geschied.
4. Voor zover dit bij het besluit waarbij gratie is verleend is bepaald, houdt het openbaar ministerie onderscheidenlijk - indien het vonnis is uitgesproken met toepassing van de bijzondere strafbepalingen voor minderjarigen - de raad voor de kinderbescherming toezicht op de naleving van de gestelde voorwaarden.
2. Een van de voorwaarden kan zijn de betaling van een bepaalde geldsom die aan de Staat vervalt. Mede kan de voorwaarde worden gesteld, dat de veroordeelde de door het strafbare feit veroorzaakte schade geheel of voor een bepaald gedeelte zal vergoeden.
3. Bij de toepassing van het vorige lid bepaalt Onze Minister de plaats waar en de termijn waarbinnen de geldsom moet worden betaald, onderscheidenlijk de schade moet worden vergoed. Hij kan betaling in termijnen toestaan. Hij kan de gestelde termijn of termijnen verlengen met dien verstande dat de totale tijdsduur een tijdvak van twee jaar niet mag overschrijden. De termijn of eerste termijn vangt aan zodra de in artikel 18, derde lid, bedoelde betekening is geschied.
4. Voor zover dit bij het besluit waarbij gratie is verleend is bepaald, houdt het openbaar ministerie onderscheidenlijk - indien het vonnis is uitgesproken met toepassing van de bijzondere strafbepalingen voor minderjarigen - de raad voor de kinderbescherming toezicht op de naleving van de gestelde voorwaarden.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003042
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl