BWBR0003042
Geldig vanaf 01-10-1976
Artikel 4
Gratieregeling 1976
1. De krachtens de voorgaande artikelen aangewezen rechter, aan wie een verzoekschrift om gratie door tussenkomst van Onze Minister is toegezonden, stelt het onverwijld in handen van het openbaar ministerie, ten einde daarover verslag te doen en een oordeel te geven over de beslissing die op het verzoekschrift ware te nemen.
2. Het openbaar ministerie draagt zorg dat de tenuitvoerlegging van de straf waarvan gratie is verzocht, wordt of blijft opgeschort, overeenkomstig de te dien aanzien geldende wettelijke voorschriften.
3. Indien naar het oordeel van het openbaar ministerie aanleiding bestaat de tenuitvoerlegging van de straf op te schorten of te schorsen met toepassing van artikel 560a van het Wetboek van Strafvordering, doet het daaromtrent onverwijld een voorstel aan Onze Minister.
2. Het openbaar ministerie draagt zorg dat de tenuitvoerlegging van de straf waarvan gratie is verzocht, wordt of blijft opgeschort, overeenkomstig de te dien aanzien geldende wettelijke voorschriften.
3. Indien naar het oordeel van het openbaar ministerie aanleiding bestaat de tenuitvoerlegging van de straf op te schorten of te schorsen met toepassing van artikel 560a van het Wetboek van Strafvordering, doet het daaromtrent onverwijld een voorstel aan Onze Minister.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003042
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl