BWBR0003042
Geldig vanaf 01-10-1976
Artikel 14
Gratieregeling 1976
1. Tenzij geen andere voorwaarden zijn gesteld dan die bedoeld in artikel 13, tweede lid, zijn de voorwaarden van kracht gedurende een door Onze Minister te bepalen proeftijd. Onze Minister kan deze proeftijd verkorten of verlengen. Deze proeftijd bedraagt bij veroordelingen wegens misdrijf ten hoogste drie jaren en overigens ten hoogste twee jaren. Is de veroordeling uitgesproken met toepassing van de bijzondere strafbepalingen voor minderjarigen, dan bedraagt de proeftijd ten hoogste twee jaren en eindigt hij van rechtswege wanneer de veroordeelde meerderjarig wordt.
2. De proeftijd gaat in zodra de in artikel 18, derde lid, bedoelde betekening is geschied. Hij loopt niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
2. De proeftijd gaat in zodra de in artikel 18, derde lid, bedoelde betekening is geschied. Hij loopt niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003042
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl