BWBR0003042
Geldig vanaf 01-10-1976
Artikel 19
Gratieregeling 1976
1. Indien bijzondere omstandigheden Onze Minister aanleiding geven om, zonder dat een daartoe strekkend verzoekschrift is ingediend, een voorstel tot gratieverlening in overweging te nemen, wordt het advies ingewonnen van de in artikel 2 onderscheidenlijk artikel 3 aangewezen rechter. Tenzij, met Onze machtiging, Onze Minister anders bepaalt, zijn de artikelen 4-7, 9-12 en 20 bij het inwinnen van het advies van toepassing.
2. Wanneer in zodanig geval gratie wordt verleend, zijn de artikelen 13-17 en 18, eerste, derde en vierde lid, van toepassing.
2. Wanneer in zodanig geval gratie wordt verleend, zijn de artikelen 13-17 en 18, eerste, derde en vierde lid, van toepassing.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003042
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl