BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1998
Artikel I-P11
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Het salaris van de betrokkene die op het moment dat hij in een onderwijsfunctie wordt benoemd gedurende vier of meer achtereenvolgende schooljaren geen functie in het onderwijs heeft vervuld, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel I-P10 vastgesteld op een bedrag dat hoger is dan het bedrag dat voor hem bij toepassing van artikel I-P8 zou gelden en wel voor elke periode van vier schooljaren na het schooljaar waarin de betrokkene voor het laatst in alle door hem vervulde onderwijsfuncties gezamenlijk gedurende alle schoolweken benoemd dan wel gedurende ten minste 60 werkdagen werkzaam en bezoldigd is geweest, één periodieke verhoging in het begintraject of de laagst mogelijke schaal die behoort bij de functie waarin hij wordt benoemd een en ander voor zover dit binnen het bij zijn vorige functie behorende carrièrepatroon mogelijk is.
2. Het salaris van de belanghebbende, niet zijnde de belanghebbende als bedoeld in artikel I-P9, tweede lid, wordt bij zijn benoeming in een onderwijsfunctie in afwijking van het bepaalde in het eerste lid en de artikelen I-P7, I-P8, I-P9, eerste lid en I-P10, ten minste vastgesteld op een bedrag dat hoger is dan het in artikel I-P7 bedoelde bedrag indien hij de voor zijn onderwijsfunctie vereiste kwalificaties of bevoegdheden reeds vier jaar of langer geleden heeft verworven. De verhoging bedraagt één periodieke verhoging in het begintraject dan wel de laagst mogelijk bij zijn functie behorende schaal voor elke periode van vier volledige jaren die sedert de verwerving van de voor zijn functie vereiste kwalificaties of bevoegdheden is verstreken.
3. Voor de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2 en e16, e4 tot en met e6, e10 en e13 tot en met e15, e17 en e18, wordt voor de toepassing van het eerste lid, de in dat lid bedoelde periode van vier schooljaren verkort tot drie schooljaren voor de eerste periode van zes schooljaren na het schooljaar waarin de betrokkene voor het laatst in alle door hem vervulde onderwijsfuncties gezamenlijk gedurende alle schoolweken benoemd dan wel gedurende ten minste 60 werkdagen werkzaam en bezoldigd is geweest;
4. Voor de toepassing van het eerste tot en met het derde lid wordt een schooljaar waarin de betrokkene niet gedurende alle schoolweken benoemd en evenmin gedurende ten minste 60 werkdagen werkzaam en bezoldigd is geweest in één of meer onderwijsfuncties, gelijkgesteld aan een schooljaar waarin de betrokkene geen functie in het onderwijs heeft vervuld.
2. Het salaris van de belanghebbende, niet zijnde de belanghebbende als bedoeld in artikel I-P9, tweede lid, wordt bij zijn benoeming in een onderwijsfunctie in afwijking van het bepaalde in het eerste lid en de artikelen I-P7, I-P8, I-P9, eerste lid en I-P10, ten minste vastgesteld op een bedrag dat hoger is dan het in artikel I-P7 bedoelde bedrag indien hij de voor zijn onderwijsfunctie vereiste kwalificaties of bevoegdheden reeds vier jaar of langer geleden heeft verworven. De verhoging bedraagt één periodieke verhoging in het begintraject dan wel de laagst mogelijk bij zijn functie behorende schaal voor elke periode van vier volledige jaren die sedert de verwerving van de voor zijn functie vereiste kwalificaties of bevoegdheden is verstreken.
3. Voor de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2 en e16, e4 tot en met e6, e10 en e13 tot en met e15, e17 en e18, wordt voor de toepassing van het eerste lid, de in dat lid bedoelde periode van vier schooljaren verkort tot drie schooljaren voor de eerste periode van zes schooljaren na het schooljaar waarin de betrokkene voor het laatst in alle door hem vervulde onderwijsfuncties gezamenlijk gedurende alle schoolweken benoemd dan wel gedurende ten minste 60 werkdagen werkzaam en bezoldigd is geweest;
4. Voor de toepassing van het eerste tot en met het derde lid wordt een schooljaar waarin de betrokkene niet gedurende alle schoolweken benoemd en evenmin gedurende ten minste 60 werkdagen werkzaam en bezoldigd is geweest in één of meer onderwijsfuncties, gelijkgesteld aan een schooljaar waarin de betrokkene geen functie in het onderwijs heeft vervuld.
- Citeren als
- Art. I-P11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl