BWBR0003771
Geldig vanaf 01-01-1994
Artikel I-P22
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De benoeming gaat in op de dag waarop de betrokkene zijn werkzaamheden aanvangt, onverminderd het bepaalde in artikel I-R108.
2. De betrokkene heeft in geval van ontslag aanspraak op bezoldiging tot de dag waarop het ontslag ingaat, onverminderd het bepaalde in artikel I-R108.
3. De betrokkene die blijkens een beslissing als bedoeld in artikel P5 van de pensioenwet blijvend ongeschikt is verklaard voor de vervulling van zijn betrekking, blijft benoemd voor ten hoogste de duur van de voor hem geldende opzegtermijn, te rekenen vanaf de dag waarop de beslissing onherroepelijk is geworden.
4. Het dienstverband van de betrokkene die overlijdt, is beëindigd met ingang van de dag volgende op die van het overlijden.
5. Het dienstverband van de betrokkene die krachtens rechterlijke uitspraak tot het geven van onderwijs is uitgesloten kan zich uitstrekken tot uiterlijk de dag waarop de rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden.
2. De betrokkene heeft in geval van ontslag aanspraak op bezoldiging tot de dag waarop het ontslag ingaat, onverminderd het bepaalde in artikel I-R108.
3. De betrokkene die blijkens een beslissing als bedoeld in artikel P5 van de pensioenwet blijvend ongeschikt is verklaard voor de vervulling van zijn betrekking, blijft benoemd voor ten hoogste de duur van de voor hem geldende opzegtermijn, te rekenen vanaf de dag waarop de beslissing onherroepelijk is geworden.
4. Het dienstverband van de betrokkene die overlijdt, is beëindigd met ingang van de dag volgende op die van het overlijden.
5. Het dienstverband van de betrokkene die krachtens rechterlijke uitspraak tot het geven van onderwijs is uitgesloten kan zich uitstrekken tot uiterlijk de dag waarop de rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden.
- Citeren als
- Art. I-P22
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl