BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1998
Artikel I-P15
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Indien het salaris van een betrokkene als gevolg van enige bepaling in dit hoofdstuk dan wel in de hoofdstukken I-Q, I-R of I-S moet worden vastgesteld over een periode die korter is dan een kalendermaand, wordt uitgegaan van de bezoldiging per dag berekend door het bedrag van de bezoldiging per maand te delen door het aantal dagen dat de desbetreffende maand telt.
2. Indien voor een betrokkene die wordt benoemd voor een periode van 6 maanden of korter het salaris als gevolg van enige bepaling in dit hoofdstuk dan wel in de hoofdstukken I-Q, I-R of I-S moet worden vastgesteld over een periode die korter is dan een kalendermaand geschiedt dit in afwijking van het bepaalde in het eerste lid aan de hand van de formule:
(w x q + r) x (3:13) x s
waarin:
w = de werktijdfactor die voor betrokkene geldt;
q = het aantal volledige kalenderweken gedurende welke betrokkene in de desbetreffende maand werkzaam is;
r = het aantal uren dat betrokkene feitelijk heeft gewerkt in de niet volledige kalenderweek of kalenderweken gedurende welke hij in de desbetreffende maand is benoemd, gedeeld door 36,86;
s = het salaris bij een normbetrekking.
De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op centen.
3. het salaris van de betrokkene die bij een bevoegd gezag reeds benoemd is en van wie de betrekkingsomvang waarin hij is benoemd tijdelijk wordt uitgebreid, wordt voor zover het de kalendermaanden betreft waarover die tijdelijke uitbreiding zich niet volledig uitstrekt, voor de tijdelijke werkzaamheden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid.
2. Indien voor een betrokkene die wordt benoemd voor een periode van 6 maanden of korter het salaris als gevolg van enige bepaling in dit hoofdstuk dan wel in de hoofdstukken I-Q, I-R of I-S moet worden vastgesteld over een periode die korter is dan een kalendermaand geschiedt dit in afwijking van het bepaalde in het eerste lid aan de hand van de formule:
(w x q + r) x (3:13) x s
waarin:
w = de werktijdfactor die voor betrokkene geldt;
q = het aantal volledige kalenderweken gedurende welke betrokkene in de desbetreffende maand werkzaam is;
r = het aantal uren dat betrokkene feitelijk heeft gewerkt in de niet volledige kalenderweek of kalenderweken gedurende welke hij in de desbetreffende maand is benoemd, gedeeld door 36,86;
s = het salaris bij een normbetrekking.
De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op centen.
3. het salaris van de betrokkene die bij een bevoegd gezag reeds benoemd is en van wie de betrekkingsomvang waarin hij is benoemd tijdelijk wordt uitgebreid, wordt voor zover het de kalendermaanden betreft waarover die tijdelijke uitbreiding zich niet volledig uitstrekt, voor de tijdelijke werkzaamheden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid.
- Citeren als
- Art. I-P15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl