BWBR0003771
Geldig vanaf 01-01-1994
Artikel I-P21
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Het bevoegd gezag kan voor ten hoogste 1/3 gedeelte de bezoldiging inhouden van de betrokkene die bij wijze van straf is geschorst wegens het feit dat:
a. een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf tegen hem is ingesteld;
b. hij krachtens een wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd;
c. hij de bevoegdheid tot het geven van onderwijs door een nog niet onherroepelijk geworden vonnis heeft verloren.
2. De ingehouden bezoldiging wordt alsnog uitbetaald indien door de strafrechter geen straf wordt opgelegd of de beslissing van het bevoegd gezag tot inhouding van bezoldiging wordt vernietigd alsmede voor zover op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten welke de betrokkene sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks naar het oordeel van het bevoegd gezag onredelijk of onbillijk is.
3. Van de inhouding en de uitbetaling van de bezoldiging als bedoeld in dit artikel doet het bevoegd gezag terstond mededeling aan Onze minister.
a. een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf tegen hem is ingesteld;
b. hij krachtens een wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd;
c. hij de bevoegdheid tot het geven van onderwijs door een nog niet onherroepelijk geworden vonnis heeft verloren.
2. De ingehouden bezoldiging wordt alsnog uitbetaald indien door de strafrechter geen straf wordt opgelegd of de beslissing van het bevoegd gezag tot inhouding van bezoldiging wordt vernietigd alsmede voor zover op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten welke de betrokkene sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks naar het oordeel van het bevoegd gezag onredelijk of onbillijk is.
3. Van de inhouding en de uitbetaling van de bezoldiging als bedoeld in dit artikel doet het bevoegd gezag terstond mededeling aan Onze minister.
- Citeren als
- Art. I-P21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl