BWBR0003936
Geldig vanaf 1986-04-15
Artikel 13C
Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen
1. Het bepaalde in het derde tot en met het vijfde lid van artikel 13is niet van toepassing op een bestaand olietankschip dat uitsluitend wordt ingezet op bepaalde reizen:
a. tussen havens binnen Nederland; of
b. tussen havens van staten die partij zijn bij het Verdrag, voorzover deze reizen geheel plaatsvinden binnen een bijzonder gebied als bedoeld in het eerste lid van artikel 10, of binnen andere, door Onze Minister vastgestelde grenzen.
2. Het bepaalde in het eerste lid is alleen van toepassing indien tevens wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden:
a. de havens waar lading wordt ingenomen, zijn voorzien van havenontvangstvoorzieningen die naar het oordeel van Onze Minister toereikend zijn voor het ontvangen en verwerken van alle ballast- en tankwaswater van het schip;
b. alle ballastwater daarbij inbegrepen schone ballast en restanten van het tankwassen, worden tijdens de reis aan boord gehouden en bij aankomst in de haven afgegeven aan havenontvangstvoorzieningen, behoudens het bepaalde in artikel 11;
c. van het bepaalde onder b aantekening wordt gehouden in het oliejournaal als bedoeld in artikel 20, welke aantekening dient te worden gewaarmerkt door de bevoegde autoriteiten van de havenstaat;
d. op het certificaat als bedoeld in artikel 5 wordt aangetekend dat het schip uitsluitend wordt gebezigd voor de reizen als bedoeld in het eerste lid.
a. tussen havens binnen Nederland; of
b. tussen havens van staten die partij zijn bij het Verdrag, voorzover deze reizen geheel plaatsvinden binnen een bijzonder gebied als bedoeld in het eerste lid van artikel 10, of binnen andere, door Onze Minister vastgestelde grenzen.
2. Het bepaalde in het eerste lid is alleen van toepassing indien tevens wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden:
a. de havens waar lading wordt ingenomen, zijn voorzien van havenontvangstvoorzieningen die naar het oordeel van Onze Minister toereikend zijn voor het ontvangen en verwerken van alle ballast- en tankwaswater van het schip;
b. alle ballastwater daarbij inbegrepen schone ballast en restanten van het tankwassen, worden tijdens de reis aan boord gehouden en bij aankomst in de haven afgegeven aan havenontvangstvoorzieningen, behoudens het bepaalde in artikel 11;
c. van het bepaalde onder b aantekening wordt gehouden in het oliejournaal als bedoeld in artikel 20, welke aantekening dient te worden gewaarmerkt door de bevoegde autoriteiten van de havenstaat;
d. op het certificaat als bedoeld in artikel 5 wordt aangetekend dat het schip uitsluitend wordt gebezigd voor de reizen als bedoeld in het eerste lid.