BWBR0003936
Geldig vanaf 1986-04-15
Artikel 14
Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen
1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is het verboden ballastwater in enige brandstofolietank te vervoeren aan boord van nieuwe schepen geen olietankschepen zijnde, met een tonnage van 4000 of meer alsmede aan boord van nieuwe olietankschepen met een tonnage van 150 of meer.
2. Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing, indien ongewone omstandigheden of de noodzaak om grote hoeveelheden brandstof mee te voeren ertoe leiden dat ballastwater moet worden vervoerd in enige brandstofolietank. In dergelijke gevallen dient zulk ballastwater te worden afgegeven aan havenontvangstvoorzieningen, dan wel is lozing ervan in zee toegestaan met inachtname van het bepaalde in de artikelen 9en 20, waarbij het gebruik van apparatuur als bedoeld in artikel 16, tweede lid, is vereist.
3. Het is niet toegestaan olie te vervoeren in de voorpiektank of in een tank die vóór het aanvaringsschot is gelegen, aan boord van een schip met een tonnage van 400 of meer;
a. waarvoor het bouwcontract is gesloten na 1 januari 1982; of
b. indien geen bouwcontract is gesloten, waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt na 1 juli 1982.
4. Schepen niet vallende onder het eerste en derde lid dienen aan het bepaalde in deze leden te voldoen, tenzij zulks naar het oordeel van de inspecteur-generaal niet redelijk en praktisch uitvoerbaar is.
2. Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing, indien ongewone omstandigheden of de noodzaak om grote hoeveelheden brandstof mee te voeren ertoe leiden dat ballastwater moet worden vervoerd in enige brandstofolietank. In dergelijke gevallen dient zulk ballastwater te worden afgegeven aan havenontvangstvoorzieningen, dan wel is lozing ervan in zee toegestaan met inachtname van het bepaalde in de artikelen 9en 20, waarbij het gebruik van apparatuur als bedoeld in artikel 16, tweede lid, is vereist.
3. Het is niet toegestaan olie te vervoeren in de voorpiektank of in een tank die vóór het aanvaringsschot is gelegen, aan boord van een schip met een tonnage van 400 of meer;
a. waarvoor het bouwcontract is gesloten na 1 januari 1982; of
b. indien geen bouwcontract is gesloten, waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt na 1 juli 1982.
4. Schepen niet vallende onder het eerste en derde lid dienen aan het bepaalde in deze leden te voldoen, tenzij zulks naar het oordeel van de inspecteur-generaal niet redelijk en praktisch uitvoerbaar is.