BWBR0004046
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 14
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. Indien ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 4, op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwe Werkloosheidswetop hem van toepassing wordt, artikel 31, eerste lid, onderdeel a tot en met f, zo nodig in verbinding met artikel 39 van de Werkloosheidswetvan toepassing was en ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 6, op dat tijdstip artikel 14 van de Wet Werkloosheidsvoorzieningvan toepassing was, wordt deze toepassing voortgezet, tenzij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met gebruikmaking van zijn bevoegdheid, bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van de nieuwe Werkloosheidswet, anders beslist.
2. Bij het gebruik maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van de nieuwe Werkloosheidswet, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering niet verder weigeren en de uitkeringsduur niet verder beperken dan de mate waarin en de duur waarover uitsluiting of verlaging van de uitkering op grond van artikel 31, eerste lid, onderdeel a tot en met f, zonodig in verbinding met artikel 39 van de Werkloosheidswetof artikel 14 van de Wet Werkloosheidsvoorzieningnog zou hebben plaatsgehad, indien de nieuwe Werkloosheidswetniet in werking was getreden.
2. Bij het gebruik maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van de nieuwe Werkloosheidswet, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering niet verder weigeren en de uitkeringsduur niet verder beperken dan de mate waarin en de duur waarover uitsluiting of verlaging van de uitkering op grond van artikel 31, eerste lid, onderdeel a tot en met f, zonodig in verbinding met artikel 39 van de Werkloosheidswetof artikel 14 van de Wet Werkloosheidsvoorzieningnog zou hebben plaatsgehad, indien de nieuwe Werkloosheidswetniet in werking was getreden.