BWBR0004046
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 36
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
Totdat het bij koninklijke boodschap van 4 mei 1983 ingediende voorstel van wet houdende algemene regeling van beslag op loon, sociale uitkeringen en andere periodieke betalingen (kamerstukken II, 1982/83, 17 897) tot wet is verheven en in werking is getreden, luiden artikel 40, eerste lid, van de nieuwe Werkloosheidswet, artikel 25, eerste lid, van de Toeslagenweten artikel 25, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemersals volgt:
1. De uitkering is: a. onvervreemdbaar;
b. niet vatbaar voor verpanding of belening;
c. behoudens voor zover dit dient tot verhaal van levensonderhoud waartoe de betrokkene volgens de wet is gehouden, niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslag.
a. onvervreemdbaar;
b. niet vatbaar voor verpanding of belening;
c. behoudens voor zover dit dient tot verhaal van levensonderhoud waartoe de betrokkene volgens de wet is gehouden, niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslag.
1. De uitkering is: a. onvervreemdbaar;
b. niet vatbaar voor verpanding of belening;
c. behoudens voor zover dit dient tot verhaal van levensonderhoud waartoe de betrokkene volgens de wet is gehouden, niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslag.
a. onvervreemdbaar;
b. niet vatbaar voor verpanding of belening;
c. behoudens voor zover dit dient tot verhaal van levensonderhoud waartoe de betrokkene volgens de wet is gehouden, niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslag.