BWBR0005792
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 12
Wet toezicht kredietwezen 1992
1. De Bank kan ten aanzien van een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°besluiten dat de artikelen 8, tweede lid, met uitzondering van onderdeel e, 9 eerste lid, met uitzondering van onderdeel f, of derde lid, 10, 11, 13, 14, 15, eerste lid, onderdeel c, onderdeel d- behoudens voor zover dit onderdeel betrekking heeft op artikel 9, eerste lid, onderdeel f- of onderdeel g, dan wel 30 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven, mits
a. de kredietinstelling is aangesloten bij een centrale kredietinstelling;
b. de centrale kredietinstelling erop toeziet dat de aangesloten kredietinstelling de regels als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 22a naleeft;
c. de centrale kredietinstelling en de bij haar aangesloten kredietinstellingen hoofdelijk instaan voor elkaars verplichtingen dan wel de verplichtingen van de aangesloten kredietinstelling door de centrale kredietinstelling worden gegarandeerd;
d. de centrale kredietinstelling naar het oordeel van de Bank voldoende bevoegd is instructies te geven aan de aangesloten kredietinstelling; en
e. het ingevolge artikel 20 uitgeoefende toezicht op de centrale kredietinstelling en de aangesloten kredietinstelling op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend.
2. De Bank kan aan haar beslissing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.
a. de kredietinstelling is aangesloten bij een centrale kredietinstelling;
b. de centrale kredietinstelling erop toeziet dat de aangesloten kredietinstelling de regels als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 22a naleeft;
c. de centrale kredietinstelling en de bij haar aangesloten kredietinstellingen hoofdelijk instaan voor elkaars verplichtingen dan wel de verplichtingen van de aangesloten kredietinstelling door de centrale kredietinstelling worden gegarandeerd;
d. de centrale kredietinstelling naar het oordeel van de Bank voldoende bevoegd is instructies te geven aan de aangesloten kredietinstelling; en
e. het ingevolge artikel 20 uitgeoefende toezicht op de centrale kredietinstelling en de aangesloten kredietinstelling op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend.
2. De Bank kan aan haar beslissing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.