BWBR0005858
Geldig vanaf 2012-07-12
Artikel 13
Stortbesluit bodembescherming
Het bevoegd gezag kan aan een vergunning strengere voorschriften verbinden dan de voorschriften die het ingevolge dit besluit en de daarop berustende bepalingen aan de vergunning dient te verbinden, indien:
a. de inrichting waarvoor de vergunning wordt verleend, zal zijn of is gelegen in een gebied dat krachtens artikel 1.2, tweede lid, onder a, van de wet is aangewezen in een provinciale milieuverordening, voor zover dat nodig is in het belang van de bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning in dat gebied;
b. de inrichting waarvoor de vergunning wordt verleend, zal zijn of is gelegen in een gebied waarop een provinciale milieuverordening van toepassing is, waarin regels zijn gesteld ter bescherming van de bodem, voor zover dat nodig is in het belang van de bescherming van de bodem in dat gebied;
c. de inrichting waarvoor de vergunning wordt verleend, zal zijn of is gelegen in een gebied met een diepe grondwaterstand, een hoge stroomsnelheid van het grondwater of een dik watervoerend pakket, voor zover dat nodig is in het belang van de bescherming van de bodem in die omstandigheid;
d. in verband met de aard van de afvalstoffen een bijzonder risico bestaat dat het storten van die stoffen nadelige gevolgen heeft voor de kwaliteit van de bodem.
a. de inrichting waarvoor de vergunning wordt verleend, zal zijn of is gelegen in een gebied dat krachtens artikel 1.2, tweede lid, onder a, van de wet is aangewezen in een provinciale milieuverordening, voor zover dat nodig is in het belang van de bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning in dat gebied;
b. de inrichting waarvoor de vergunning wordt verleend, zal zijn of is gelegen in een gebied waarop een provinciale milieuverordening van toepassing is, waarin regels zijn gesteld ter bescherming van de bodem, voor zover dat nodig is in het belang van de bescherming van de bodem in dat gebied;
c. de inrichting waarvoor de vergunning wordt verleend, zal zijn of is gelegen in een gebied met een diepe grondwaterstand, een hoge stroomsnelheid van het grondwater of een dik watervoerend pakket, voor zover dat nodig is in het belang van de bescherming van de bodem in die omstandigheid;
d. in verband met de aard van de afvalstoffen een bijzonder risico bestaat dat het storten van die stoffen nadelige gevolgen heeft voor de kwaliteit van de bodem.