BWBR0005858
Geldig vanaf 2012-07-12
Artikel 17e
Stortbesluit bodembescherming
1. Bij ministeriële regeling worden voor elke pilotstortplaats toetswaarden vastgesteld.
2. Een toetswaarde is de concentratie van een verontreinigende stof die na afloop van de looptijd van het experiment ten hoogste in het percolaat van de pilotstortplaats aanwezig mag zijn.
3. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval regels gesteld over de wijze waarop wordt bepaald of de pilotstortplaats aan de toetswaarden voldoet.
4. Na vijf jaar na de aanvang van de looptijd van het experiment vindt voor elke pilotstortplaats een tussenevaluatie plaats.
5. Het bevoegd gezag kan besluiten het experiment op een pilotstortplaats op een daarbij aangegeven tijdstip voortijdig beëindigen.
a. indien het experiment naar zijn verwachting op grond van de tussenevaluatie niet succesvol zal verlopen;
b. in het belang van de bescherming van het milieu.
6. Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid vervalt op het tijdstip waarop met betrekking tot die stortplaats een besluit op grond het vijfde lid van kracht wordt, de aanwijzing van de pilotstortplaats in artikel 17b, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 17c, eerste lid.
7. Na afloop van de looptijd van het experiment vindt voor elke pilotstortplaats een eindevaluatie van het experiment plaats, tenzij het experiment op grond van het zesde lid voortijdig is beëindigd.
8. Het experiment is op een pilotstortplaats succesvol verlopen indien uit de eindevaluatie blijkt dat het percolaat van de pilotstortplaats voldoet aan de toetswaarden of naar het oordeel van Onze Minister aannemelijk is dat het percolaat van de pilotstortplaats door het treffen van maatregelen alsnog aan de toetswaarden kan voldoen.
2. Een toetswaarde is de concentratie van een verontreinigende stof die na afloop van de looptijd van het experiment ten hoogste in het percolaat van de pilotstortplaats aanwezig mag zijn.
3. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval regels gesteld over de wijze waarop wordt bepaald of de pilotstortplaats aan de toetswaarden voldoet.
4. Na vijf jaar na de aanvang van de looptijd van het experiment vindt voor elke pilotstortplaats een tussenevaluatie plaats.
5. Het bevoegd gezag kan besluiten het experiment op een pilotstortplaats op een daarbij aangegeven tijdstip voortijdig beëindigen.
a. indien het experiment naar zijn verwachting op grond van de tussenevaluatie niet succesvol zal verlopen;
b. in het belang van de bescherming van het milieu.
6. Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid vervalt op het tijdstip waarop met betrekking tot die stortplaats een besluit op grond het vijfde lid van kracht wordt, de aanwijzing van de pilotstortplaats in artikel 17b, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 17c, eerste lid.
7. Na afloop van de looptijd van het experiment vindt voor elke pilotstortplaats een eindevaluatie van het experiment plaats, tenzij het experiment op grond van het zesde lid voortijdig is beëindigd.
8. Het experiment is op een pilotstortplaats succesvol verlopen indien uit de eindevaluatie blijkt dat het percolaat van de pilotstortplaats voldoet aan de toetswaarden of naar het oordeel van Onze Minister aannemelijk is dat het percolaat van de pilotstortplaats door het treffen van maatregelen alsnog aan de toetswaarden kan voldoen.