BWBR0005858
Geldig vanaf 2012-07-12
Artikel 8a
Stortbesluit bodembescherming
1. Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting de hoeveelheid en de samenstelling van het in de omgeving van de stortplaats aanwezig oppervlaktewater driemaandelijks vast te stellen; bemonstering geschiedt op ten minste twee door het bevoegd gezag aan te geven punten, één stroomopwaarts en één stroomafwaarts.
2. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag bepalen dat de metingen van de hoeveelheid en samenstelling van het oppervlaktewater:
a. op grond van kenmerken van de stortplaats niet vereist zijn, dan wel
b. minder frequent mogen worden uitgevoerd als de evaluatie van de gegevens aangeeft dat langere tussenpozen even effectief zijn.
2. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag bepalen dat de metingen van de hoeveelheid en samenstelling van het oppervlaktewater:
a. op grond van kenmerken van de stortplaats niet vereist zijn, dan wel
b. minder frequent mogen worden uitgevoerd als de evaluatie van de gegevens aangeeft dat langere tussenpozen even effectief zijn.