BWBR0009768
Geldig vanaf 2004-04-19
Artikel 10
Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, tweede lid, wordt het voorschot voor het jaar 2005 voor een gemeente berekend op de grondslag van:
a. het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen, uitgereikt in 2003;
b. het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2003 een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen;
c. de door Onze Minister geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004.
2. Het in het eerste lid bedoelde voorschot wordt berekend met de formule a = { [ ( b × c ) + ( d × e ) ] × f } – ½ g waarin wordt voorgesteld:
– met de letter a: het voorschot voor het jaar 2005 voor een gemeente;
– met de letter b: het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen die zijn uitgereikt in 2003;
– met de letter c: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, beschikbaar is per verklaring;
– met de letter d: het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie in 2003 het college van burgemeester en wethouders een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen;
– met de letter e: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, beschikbaar is per beschikking omtrent een inburgeringsprogramma;
– met de letter f: de door Onze Minister vastgestelde correctiefactor voor het jaar 2005;
– met de letter g: de door Onze Minister geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004.
3. In de formule, bedoeld in het tweede lid, kunnen a en g niet kleiner zijn dan nul.
4. Het voorschot voor het jaar 2005 wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 3, vierde lid, vastgesteld een maand na plaatsing van dit besluit in het Staatsblad.
a. het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen, uitgereikt in 2003;
b. het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2003 een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen;
c. de door Onze Minister geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004.
2. Het in het eerste lid bedoelde voorschot wordt berekend met de formule a = { [ ( b × c ) + ( d × e ) ] × f } – ½ g waarin wordt voorgesteld:
– met de letter a: het voorschot voor het jaar 2005 voor een gemeente;
– met de letter b: het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen die zijn uitgereikt in 2003;
– met de letter c: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, beschikbaar is per verklaring;
– met de letter d: het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie in 2003 het college van burgemeester en wethouders een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen;
– met de letter e: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, beschikbaar is per beschikking omtrent een inburgeringsprogramma;
– met de letter f: de door Onze Minister vastgestelde correctiefactor voor het jaar 2005;
– met de letter g: de door Onze Minister geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004.
3. In de formule, bedoeld in het tweede lid, kunnen a en g niet kleiner zijn dan nul.
4. Het voorschot voor het jaar 2005 wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 3, vierde lid, vastgesteld een maand na plaatsing van dit besluit in het Staatsblad.