BWBR0009768
Geldig vanaf 2004-04-19
Artikel 12
Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4verstrekt Onze Minister uiterlijk 1 april 2006 aan een gemeente een eenmalige aanvullende rijksbijdrage. Deze rijksbijdrage wordt berekend op de grondslag van:
a. het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen, uitgereikt in 2003 en 2004;
b. het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2003 en 2004 een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen;
c. de door een gemeente per 31 december 2004 opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen; en
d. het verschil tussen het totaal aan rijksbijdragen aan gemeenten op grond van de meerjarenraming in de rijksbegroting voor 2003 en de rijksbijdrage aan een gemeente voor 2004, verminderd met de in artikel 2a bedoelde rijksbijdrage aan die gemeente.
2. De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage voor een gemeente wordt berekend met de formule: n = [ { ( o x p ) + ( q x r ) } – ( s + t ) ] – ½ u waarin wordt voorgesteld:
– met de letter n: de rijksbijdrage als bedoeld in het eerste lid;
– met de letter o: het door het college van burgemeester en wethouders ontvangen aantal afschriften van verklaringen in 2003 en 2004;
– met de letter p: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, beschikbaar is per verklaring;
– met de letter q: het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2003 en 2004 een beschikking heeft genomen;
– met de letter r: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, beschikbaar is per beschikking omtrent een inburgeringsprogramma;
– met de letter s: de som van de verleende rijksbijdragen voor de jaren 2003 en 2004 voor een gemeente;
– met de letter t: het verschil tussen het totaal aan rijksbijdragen aan gemeenten op grond van de meerjarenraming in de rijksbegroting voor 2003 en de rijksbijdrage die voor het jaar 2004 aan een gemeente is toegekend, verminderd met de in artikel 2a bedoelde rijksbijdrage voor die gemeente; en
– met de letter u: de door Onze Minister geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004.
3. In de formule, bedoeld in het tweede lid, kunnen n en u niet kleiner zijn dan nul.
a. het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen, uitgereikt in 2003 en 2004;
b. het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2003 en 2004 een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen;
c. de door een gemeente per 31 december 2004 opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen; en
d. het verschil tussen het totaal aan rijksbijdragen aan gemeenten op grond van de meerjarenraming in de rijksbegroting voor 2003 en de rijksbijdrage aan een gemeente voor 2004, verminderd met de in artikel 2a bedoelde rijksbijdrage aan die gemeente.
2. De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage voor een gemeente wordt berekend met de formule: n = [ { ( o x p ) + ( q x r ) } – ( s + t ) ] – ½ u waarin wordt voorgesteld:
– met de letter n: de rijksbijdrage als bedoeld in het eerste lid;
– met de letter o: het door het college van burgemeester en wethouders ontvangen aantal afschriften van verklaringen in 2003 en 2004;
– met de letter p: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, beschikbaar is per verklaring;
– met de letter q: het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2003 en 2004 een beschikking heeft genomen;
– met de letter r: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, beschikbaar is per beschikking omtrent een inburgeringsprogramma;
– met de letter s: de som van de verleende rijksbijdragen voor de jaren 2003 en 2004 voor een gemeente;
– met de letter t: het verschil tussen het totaal aan rijksbijdragen aan gemeenten op grond van de meerjarenraming in de rijksbegroting voor 2003 en de rijksbijdrage die voor het jaar 2004 aan een gemeente is toegekend, verminderd met de in artikel 2a bedoelde rijksbijdrage voor die gemeente; en
– met de letter u: de door Onze Minister geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004.
3. In de formule, bedoeld in het tweede lid, kunnen n en u niet kleiner zijn dan nul.