BWBR0011129
Geldig vanaf 04-05-2002
Artikel 6
Verordening gezondheidsvoorschriften levende tweekleppige weekdieren 2000
1. De verzameltechnieken mogen niet resulteren in te sterke beschadiging van de schelpen of de weefsels van de levende tweekleppige weekdieren.
2. Levende tweekleppige weekdieren moeten nadat ze zijn verzameld op afdoende wijze worden beschermd tegen overdreven druk, schuring of trilling en mogen niet worden blootgesteld aan extreem hoge of extreem lage temperaturen.
3. De bij het verzamelen, het vervoer, de aanvoer en de hantering van levende tweekleppige weekdieren toegepaste technieken mogen niet resulteren in bijkomende verontreiniging van het produkt, een aanzienlijke vermindering van de kwaliteit van het produkt, of enige andere belangrijke wijziging die afbreuk doet aan de mogelijkheid om de weekdieren te zuiveren, te verwerken of opnieuw uit te zetten.
4. Levende tweekleppige weekdieren mogen na het verzamelen niet opnieuw worden ondergedompeld in water dat oorzaak kan zijn van bijkomende verontreiniging.
5. De vervoermiddelen voor het transport van levende tweekleppige weekdieren moeten zo worden gebruikt dat geen bijkomende verontreiniging van de levende tweekleppige weekdieren wordt veroorzaakt en dat de schelpen niet worden platgedrukt.
6. De vervoermiddelen voor het transport van levende tweekleppige weekdieren moeten een adequate waterafvoer hebben en moeten op adequate wijze kunnen worden gereinigd.
7. Wanneer onverpakte levende tweekleppige weekdieren over lange afstanden worden vervoerd naar een verwatergebied, heruitzettingsgebied, zuiveringscentrum, verzendingscentrum of inrichting moeten de vervoermiddelen zo zijn uitgerust dat de dieren maximale overlevingskansen hebben en moeten de vervoermiddelen voldoen aan de eisen die in de Warenwetregeling Visserijprodukten zijn gesteld aan vervoermiddelen voor het vervoer van zendingen levende tweekleppige weekdieren vanuit een verzendingscentrum.
2. Levende tweekleppige weekdieren moeten nadat ze zijn verzameld op afdoende wijze worden beschermd tegen overdreven druk, schuring of trilling en mogen niet worden blootgesteld aan extreem hoge of extreem lage temperaturen.
3. De bij het verzamelen, het vervoer, de aanvoer en de hantering van levende tweekleppige weekdieren toegepaste technieken mogen niet resulteren in bijkomende verontreiniging van het produkt, een aanzienlijke vermindering van de kwaliteit van het produkt, of enige andere belangrijke wijziging die afbreuk doet aan de mogelijkheid om de weekdieren te zuiveren, te verwerken of opnieuw uit te zetten.
4. Levende tweekleppige weekdieren mogen na het verzamelen niet opnieuw worden ondergedompeld in water dat oorzaak kan zijn van bijkomende verontreiniging.
5. De vervoermiddelen voor het transport van levende tweekleppige weekdieren moeten zo worden gebruikt dat geen bijkomende verontreiniging van de levende tweekleppige weekdieren wordt veroorzaakt en dat de schelpen niet worden platgedrukt.
6. De vervoermiddelen voor het transport van levende tweekleppige weekdieren moeten een adequate waterafvoer hebben en moeten op adequate wijze kunnen worden gereinigd.
7. Wanneer onverpakte levende tweekleppige weekdieren over lange afstanden worden vervoerd naar een verwatergebied, heruitzettingsgebied, zuiveringscentrum, verzendingscentrum of inrichting moeten de vervoermiddelen zo zijn uitgerust dat de dieren maximale overlevingskansen hebben en moeten de vervoermiddelen voldoen aan de eisen die in de Warenwetregeling Visserijprodukten zijn gesteld aan vervoermiddelen voor het vervoer van zendingen levende tweekleppige weekdieren vanuit een verzendingscentrum.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011129
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl