BWBR0012002
Geldig vanaf 2024-11-21
Artikel 3.34k
Voorschrift Vreemdelingen 2000
1. Ter zake van de afgifte van een document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a of b, van de Wetblijkt, aan de minderjarige vreemdeling die voor de eerste keer een zelfstandig verblijfsdocument aanvraagt, is de vreemdeling een bedrag van € 132 verschuldigd.
2. Ter zake van de afgifte van een document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder e, van de Wetblijkt, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 44 verschuldigd.
3. In afwijking van het eerste lid is de minderjarige vreemdeling die het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.34j, vierde lid, onderdeel ceen bedrag van € 44 verschuldigd.
2. Ter zake van de afgifte van een document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder e, van de Wetblijkt, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 44 verschuldigd.
3. In afwijking van het eerste lid is de minderjarige vreemdeling die het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.34j, vierde lid, onderdeel ceen bedrag van € 44 verschuldigd.