BWBR0012002
Geldig vanaf 2024-11-21
Artikel 4.36
Voorschrift Vreemdelingen 2000
De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:
a. de gastovereenkomst bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801;
b. een kopie van het passend diploma van hoger onderwijs dat toegang geeft tot doctoraal programma’s;
c. de eigen verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan en de bewijsmiddelen die daaraan ten grondslag liggen;
d. de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit.
a. de gastovereenkomst bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801;
b. een kopie van het passend diploma van hoger onderwijs dat toegang geeft tot doctoraal programma’s;
c. de eigen verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan en de bewijsmiddelen die daaraan ten grondslag liggen;
d. de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit.