BWBR0012002
Geldig vanaf 2024-11-21
Artikel 3.48
Voorschrift Vreemdelingen 2000
1. Bij een beroep op artikel 3.107a, tweede lid, onder e, van het Besluitoverlegt de aanvrager de beschikking, waarbij ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van artikel 5, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering 2021of artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021in werking treedt is verleend.
2. Bij een beroep op artikel 3.107a, derde lid, van het Besluitoverlegt de aanvrager de deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021of het advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering, zoals dat besluit luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Besluit inburgering 2021, dat niet ouder is dan zes maanden.
3. Het derde en vierde lid van artikel 3.16zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Bij een beroep op artikel 3.107a, derde lid, van het Besluitoverlegt de aanvrager de deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021of het advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering, zoals dat besluit luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Besluit inburgering 2021, dat niet ouder is dan zes maanden.
3. Het derde en vierde lid van artikel 3.16zijn van overeenkomstige toepassing.