BWBR0012588
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 13
Verordening op de Raad voor Geschillen
1. Is de voorzitter van oordeel dat het dossier in het stadium verkeert dat het geschil voor verdere behandeling gereed is, dan geeft de secretaris hiervan kennis aan partijen, met opgave van de namen van de leden van de Raad.
2. Elk der partijen is gedurende veertien dagen na kennisgeving bedoeld in het eerste lid, bevoegd onder opgave van redenen de Raad mede te delen dat zij één of meer leden wenst te wraken. Bij het verstrekken van de opgave van de namen van de leden van de Raad wijst de secretaris partijen op hun bevoegdheid in dezen.
3. Een lid van de Raad kan worden gewraakt, indien er te zijnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een lid van de Raad kan zich verschonen op dezelfde gronden.
4. Over de wraking of verschoning wordt door de overige leden van de Raad zo spoedig mogelijk beslist. In geval van staking van stemmen is het verzoek tot wraking of verschoning ingewilligd.
5. Wanneer vaststaat welke leden van de Raad aan de verdere behandeling van het geschil kunnen deelnemen, stelt de voorzitter de kamer van de Raad - verder te noemen de Kamer - samen, die als Raad voor Geschillen het geschil zal behandelen.
6. In de Kamer hebben zitting de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en vier leden, die lid zijn van de NOvAA.
7. Indien de voorzitter van de Raad van oordeel is dat het geschil geschikt is om door drie in plaats van vijf leden te worden behandeld, of indien partijen behandeling door drie leden verzoeken en de voorzitter dit verzoek voor inwilliging vatbaar acht, wijst hij uit de Raad drie leden (zichzelf of een plaatsvervangend voorzitter hieronder begrepen) aan die alsdan de Kamer zullen vormen.
8. Heeft de voorzitter bepaalt dat de zaak door drie leden zal worden behandeld zonder dat partijen daarom hebben verzocht, dan zijn partijen bevoegd binnen een termijn van veertien dagen na de datum van de verzending van het besluit van de voorzitter te verzoeken hun geschil door vijf leden te doen behandelen. De voorzitter besluit op dit verzoek.
2. Elk der partijen is gedurende veertien dagen na kennisgeving bedoeld in het eerste lid, bevoegd onder opgave van redenen de Raad mede te delen dat zij één of meer leden wenst te wraken. Bij het verstrekken van de opgave van de namen van de leden van de Raad wijst de secretaris partijen op hun bevoegdheid in dezen.
3. Een lid van de Raad kan worden gewraakt, indien er te zijnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een lid van de Raad kan zich verschonen op dezelfde gronden.
4. Over de wraking of verschoning wordt door de overige leden van de Raad zo spoedig mogelijk beslist. In geval van staking van stemmen is het verzoek tot wraking of verschoning ingewilligd.
5. Wanneer vaststaat welke leden van de Raad aan de verdere behandeling van het geschil kunnen deelnemen, stelt de voorzitter de kamer van de Raad - verder te noemen de Kamer - samen, die als Raad voor Geschillen het geschil zal behandelen.
6. In de Kamer hebben zitting de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en vier leden, die lid zijn van de NOvAA.
7. Indien de voorzitter van de Raad van oordeel is dat het geschil geschikt is om door drie in plaats van vijf leden te worden behandeld, of indien partijen behandeling door drie leden verzoeken en de voorzitter dit verzoek voor inwilliging vatbaar acht, wijst hij uit de Raad drie leden (zichzelf of een plaatsvervangend voorzitter hieronder begrepen) aan die alsdan de Kamer zullen vormen.
8. Heeft de voorzitter bepaalt dat de zaak door drie leden zal worden behandeld zonder dat partijen daarom hebben verzocht, dan zijn partijen bevoegd binnen een termijn van veertien dagen na de datum van de verzending van het besluit van de voorzitter te verzoeken hun geschil door vijf leden te doen behandelen. De voorzitter besluit op dit verzoek.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012588
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl