BWBR0012588
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 19
Verordening op de Raad voor Geschillen
1. Leden van de NOvAA die als getuige zijn opgeroepen, zijn verplicht voor de Kamer te verschijnen en op de hun gestelde vragen te antwoorden.
2. Zij kunnen de Kamer verzoeken van de verplichting tot het antwoorden op de hun gestelde vragen te worden verschoond. Dit verzoek dient met redenen te zijn omkleed. De Kamer beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek.
3. Indien een lid van de NOvAA, dat als getuige is opgeroepen, niet verschijnt, of is verschenen, maar weigert te antwoorden op de hem door de Kamer gestelde vragen, hetzij zonder een verzoek in te dienen, als in het tweede lid bedoeld, hetzij nadat de Kamer een zodanig verzoek heeft afgewezen, wordt het bestuur van de NOvAA hiervan in kennis gesteld.
2. Zij kunnen de Kamer verzoeken van de verplichting tot het antwoorden op de hun gestelde vragen te worden verschoond. Dit verzoek dient met redenen te zijn omkleed. De Kamer beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek.
3. Indien een lid van de NOvAA, dat als getuige is opgeroepen, niet verschijnt, of is verschenen, maar weigert te antwoorden op de hem door de Kamer gestelde vragen, hetzij zonder een verzoek in te dienen, als in het tweede lid bedoeld, hetzij nadat de Kamer een zodanig verzoek heeft afgewezen, wordt het bestuur van de NOvAA hiervan in kennis gesteld.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012588
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl