BWBR0012588
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 5
Verordening op de Raad voor Geschillen
1. De ledenvergadering benoemt de leden van de Raad voor de tijd van vier jaar.
2. De wijze, waarop aanbevelingen kunnen worden gedaan ter vervulling van vacatures in de Raad, kan afzonderlijk door het bestuur van de NOvAA worden geregeld.
3. Jaarlijks treedt een deel van de leden van de Raad af volgens een door het bestuur van de NOvAA vastgesteld rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht dat voor zover mogelijk jaarlijks hetzelfde aantal leden van de Raad aftreedt.
4. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitters zijn terstond herbenoembaar.
5. Leden van de Raad, die lid zijn van de NOvAA, zijn niet terstond herbenoembaar, tenzij zij korter dan twee jaar zitting hebben gehad.
6. Indien tussentijds een vacature ontstaat, benoemt de ledenvergadering in zijn eerstvolgende bijeenkomst een nieuw lid. Hij die is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd volgens het rooster had moeten aftreden.
7. Het lid van de Raad dat ingevolge de bepalingen van dit artikel moet aftreden, behoudt zijn functie met betrekking tot die zaken aan de behandeling waarvan hij heeft deelgenomen, maar die op het tijdstip van aftreden nog niet zijn afgedaan.
2. De wijze, waarop aanbevelingen kunnen worden gedaan ter vervulling van vacatures in de Raad, kan afzonderlijk door het bestuur van de NOvAA worden geregeld.
3. Jaarlijks treedt een deel van de leden van de Raad af volgens een door het bestuur van de NOvAA vastgesteld rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht dat voor zover mogelijk jaarlijks hetzelfde aantal leden van de Raad aftreedt.
4. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitters zijn terstond herbenoembaar.
5. Leden van de Raad, die lid zijn van de NOvAA, zijn niet terstond herbenoembaar, tenzij zij korter dan twee jaar zitting hebben gehad.
6. Indien tussentijds een vacature ontstaat, benoemt de ledenvergadering in zijn eerstvolgende bijeenkomst een nieuw lid. Hij die is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd volgens het rooster had moeten aftreden.
7. Het lid van de Raad dat ingevolge de bepalingen van dit artikel moet aftreden, behoudt zijn functie met betrekking tot die zaken aan de behandeling waarvan hij heeft deelgenomen, maar die op het tijdstip van aftreden nog niet zijn afgedaan.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012588
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl