BWBR0012588
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 17
Verordening op de Raad voor Geschillen
1. De Kamer beslist omtrent een aan haar voorgelegd geschil niet dan na verhoor, althans oproeping van de betrokken partijen.
2. De betrokken partijen kunnen - tenzij de Kamer beveelt, dat zij in persoon verschijnen - zich ter zitting doen vertegenwoordigen door een daartoe gemachtigde. Partijen kunnen zich door een raadsman doen bijstaan.
3. De Kamer kan weigeren bepaalde personen, die geen advocaat zijn, als gemachtigde of als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt de Kamer de zaak tot een volgende zitting aan.
4. De Kamer zal van schriftelijke of gedrukte stukken of van mondelinge verklaringen alleen gebruik maken voor zover zij partijen in de gelegenheid heeft gesteld van die stukken kennis te nemen en het afleggen der mondelinge verklaringen bij te wonen.
5. De zakelijke inhoud van de mededelingen van partijen en van door derden afgelegde mondelinge verklaringen wordt door de secretaris op schrift gesteld.
6. Aan een ter zitting niet verschenen partij wordt een proces-verbaal van de zakelijke inhoud van de mededelingen van de wederpartij, indien deze is verschenen, en van door derden afgelegde mondelinge verklaringen gezonden.
7. Indien één der partijen niet verschijnt op een oproeping van de Kamer, bij behandeling weigert te antwoorden op vragen door de Kamer gesteld, niet of op onvolledige wijze voldoet aan het bevel van de Kamer om stukken te overleggen of nalaat de door de Kamer gewenste inlichtingen te verschaffen, is de Kamer bevoegd een beslissing naar behoren te nemen en toch een uitspraak te doen.
2. De betrokken partijen kunnen - tenzij de Kamer beveelt, dat zij in persoon verschijnen - zich ter zitting doen vertegenwoordigen door een daartoe gemachtigde. Partijen kunnen zich door een raadsman doen bijstaan.
3. De Kamer kan weigeren bepaalde personen, die geen advocaat zijn, als gemachtigde of als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt de Kamer de zaak tot een volgende zitting aan.
4. De Kamer zal van schriftelijke of gedrukte stukken of van mondelinge verklaringen alleen gebruik maken voor zover zij partijen in de gelegenheid heeft gesteld van die stukken kennis te nemen en het afleggen der mondelinge verklaringen bij te wonen.
5. De zakelijke inhoud van de mededelingen van partijen en van door derden afgelegde mondelinge verklaringen wordt door de secretaris op schrift gesteld.
6. Aan een ter zitting niet verschenen partij wordt een proces-verbaal van de zakelijke inhoud van de mededelingen van de wederpartij, indien deze is verschenen, en van door derden afgelegde mondelinge verklaringen gezonden.
7. Indien één der partijen niet verschijnt op een oproeping van de Kamer, bij behandeling weigert te antwoorden op vragen door de Kamer gesteld, niet of op onvolledige wijze voldoet aan het bevel van de Kamer om stukken te overleggen of nalaat de door de Kamer gewenste inlichtingen te verschaffen, is de Kamer bevoegd een beslissing naar behoren te nemen en toch een uitspraak te doen.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012588
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl