Met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht wordt bij het ontwerp van de vloeistoflaadvoorzieningen en dampopvangvoorzieningen aan een benzinelaadportaal bij een benzineoverslaginstallatie uitgegaan van een verbindingssysteem dat voldoet aan de volgende eisen:
a. de hoogte van de hartlijn van de vloeistofadapters is tussen 0,7 en 1 m;
b. als de vloeistofadapters ongeladen zijn, is de hartlijn niet meer dan 1,4 m;
c. als de vloeistofadapters geladen zijn, is de hartlijn ten minste 0,5 m;
d. de horizontale afstand tussen de vloeistofadapters is ten minste 0,25 m;
e. de vloeistofadapters bevinden zich op een lengte van niet meer dan 2,5 m;
f. de dampopvangadapter bevindt zich bij voorkeur rechts van de vloeistofadapters op een hoogte van: 1°. niet meer dan 1,5 m als de vloeistofadapter ongeladen is; of
2°. ten minste 0,5 m als de vloeistofadapter geladen is;
1°. niet meer dan 1,5 m als de vloeistofadapter ongeladen is; of
2°. ten minste 0,5 m als de vloeistofadapter geladen is;
g. de aarding of overloopdetectie bevindt zich rechts van de vloeistofopvangadapters en dampopvangadapters op: 1°. niet meer dan 1,5 m als de vloeistofadapter ongeladen is; of
2°. ten minste 0,5 m als de vloeistofadapter geladen is; en
1°. niet meer dan 1,5 m als de vloeistofadapter ongeladen is; of
2°. ten minste 0,5 m als de vloeistofadapter geladen is; en
h. het systeem bevindt zich in zijn geheel aan een zijde van de tankwagen.
Wat betekent dit?
Dit artikel uitgelegd in eenvoudige taal
Uitleg wordt gegenereerd...
Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.
De uitleg voor dit artikel is momenteel niet beschikbaar.