BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 7.17
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 7.16, eerste lid, die worden verricht in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn, voor zover het gaat om:
a. het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van een bodemverharding;
b. het bouwen, aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van een kunstmatig eiland, een installatie of een inrichting als bedoeld in artikel 60 van het VN-Zeerechtverdrag;
c. het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van een kabel of leiding; en
d. het bouwen of in stand houden van een bouwwerk, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van een werk dat geen bouwwerk is en het plaatsen of in stand houden van een ander object, anders dan bedoeld onder a tot en met c.
2. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 7.16, eerste lid, die worden verricht in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, voor zover het gaat om:
a. het in de periode van 1 oktober tot 1 april bouwen, aanleggen, plaatsen, in stand houden van een bouwbord of het plaatsen van materiaal en materieel om een werk te kunnen aanleggen, plaatsen of veranderen of onderhouden;
b. het bouwen of in stand houden van een niet-permanent bouwwerk van 1 oktober tot 1 april;
c. het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van een kabel of leiding; en
d. het bouwen of in stand houden van een bouwwerk, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van een werk dat geen bouwwerk is en het plaatsen of in stand houden van een ander object, anders dan bedoeld onder a tot en met c.
a. het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van een bodemverharding;
b. het bouwen, aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van een kunstmatig eiland, een installatie of een inrichting als bedoeld in artikel 60 van het VN-Zeerechtverdrag;
c. het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van een kabel of leiding; en
d. het bouwen of in stand houden van een bouwwerk, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van een werk dat geen bouwwerk is en het plaatsen of in stand houden van een ander object, anders dan bedoeld onder a tot en met c.
2. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 7.16, eerste lid, die worden verricht in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, voor zover het gaat om:
a. het in de periode van 1 oktober tot 1 april bouwen, aanleggen, plaatsen, in stand houden van een bouwbord of het plaatsen van materiaal en materieel om een werk te kunnen aanleggen, plaatsen of veranderen of onderhouden;
b. het bouwen of in stand houden van een niet-permanent bouwwerk van 1 oktober tot 1 april;
c. het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van een kabel of leiding; en
d. het bouwen of in stand houden van een bouwwerk, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van een werk dat geen bouwwerk is en het plaatsen of in stand houden van een ander object, anders dan bedoeld onder a tot en met c.