BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 4.1277
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift kan het in een diepe plas toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1276, alleen worden toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie afkomstig is uit een aangewezen bodembeheergebied en ook weer binnen dat gebied wordt toegepast.
2. Met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid kan het toepassen van grond of baggerspecie waarin een verontreinigende stof aanwezig is in een zodanige concentratie dat de grond of baggerspecie volgens de voor die stof geldende kwaliteitseis, bedoeld in artikel 25d, tweede of derde lid, van het Besluit bodemkwaliteit, als sterk verontreinigde grond of sterk verontreinigde baggerspecie moet worden aangemerkt, alleen worden toegestaan als:
a. de toe te passen grond of baggerspecie is ontgraven uit een locatie waar de bodem diffuus sterk met de stof is verontreinigd; en
b. de grond of baggerspecie wordt toegepast op een locatie waar de bodem al voor het toepassen diffuus sterk met de stof was verontreinigd.
2. Met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid kan het toepassen van grond of baggerspecie waarin een verontreinigende stof aanwezig is in een zodanige concentratie dat de grond of baggerspecie volgens de voor die stof geldende kwaliteitseis, bedoeld in artikel 25d, tweede of derde lid, van het Besluit bodemkwaliteit, als sterk verontreinigde grond of sterk verontreinigde baggerspecie moet worden aangemerkt, alleen worden toegestaan als:
a. de toe te passen grond of baggerspecie is ontgraven uit een locatie waar de bodem diffuus sterk met de stof is verontreinigd; en
b. de grond of baggerspecie wordt toegepast op een locatie waar de bodem al voor het toepassen diffuus sterk met de stof was verontreinigd.