BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 4.1137
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1135, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2:
a. de verwachte datum van het begin van: 1°. het boren;
2°. het aanleggen van het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem; en
3°. het aanleggen van het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem;
1°. het boren;
2°. het aanleggen van het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem; en
3°. het aanleggen van het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem;
b. de naam en het adres van degene die: 1°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
2°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
3°. de boringen verricht;
4°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt; en
5°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt;
1°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
2°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
3°. de boringen verricht;
4°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt; en
5°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt;
c. de soort circulatievloeistof die in het bodemenergiesysteem wordt toegepast;
d. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend;
e. een verklaring van degene die het bodemenergiesysteem ontwerpt of aanlegt over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; en
f. informatie over het bodemzijdig vermogen van het bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem volgens het ontwerp zal voorzien.
2. Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
a. de verwachte datum van het begin van: 1°. het boren;
2°. het aanleggen van het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem; en
3°. het aanleggen van het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem;
1°. het boren;
2°. het aanleggen van het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem; en
3°. het aanleggen van het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem;
b. de naam en het adres van degene die: 1°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
2°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
3°. de boringen verricht;
4°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt; en
5°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt;
1°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
2°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
3°. de boringen verricht;
4°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt; en
5°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt;
c. de soort circulatievloeistof die in het bodemenergiesysteem wordt toegepast;
d. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend;
e. een verklaring van degene die het bodemenergiesysteem ontwerpt of aanlegt over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; en
f. informatie over het bodemzijdig vermogen van het bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem volgens het ontwerp zal voorzien.
2. Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.