BWBR0001908
Geldig vanaf 01-02-1979
Artikel 10
Octrooireglement
1. De Voorzitter van de Octrooiraad regelt de werkzaamheden van de afdelingen. Hij is voorzitter van de afdelingen, waarin hij zitting heeft.
2. Onverminderd het eerste lid, eerste volzin, worden afdelingen, waarin de Voorzitter van de Octrooiraad niet zitting heeft, voorgezeten:
a. door de eerstbenoemde, in de afdeling zitting hebbende ondervoorzitter van de Octrooiraad en bij gelijktijdigheid van benoeming door de oudste;
b. indien geen ondervoorzitter van de Octrooiraad in de afdeling zitting heeft, door het eerstbenoemde, in de afdeling zitting hebbende gewone lid van de Octrooiraad en bij gelijktijdigheid van benoeming door het oudste;
c. indien geen gewoon lid van de Octrooiraad in de afdeling zitting heeft, door een door de leden van de afdeling uit hun midden gekozen lid.
2. Onverminderd het eerste lid, eerste volzin, worden afdelingen, waarin de Voorzitter van de Octrooiraad niet zitting heeft, voorgezeten:
a. door de eerstbenoemde, in de afdeling zitting hebbende ondervoorzitter van de Octrooiraad en bij gelijktijdigheid van benoeming door de oudste;
b. indien geen ondervoorzitter van de Octrooiraad in de afdeling zitting heeft, door het eerstbenoemde, in de afdeling zitting hebbende gewone lid van de Octrooiraad en bij gelijktijdigheid van benoeming door het oudste;
c. indien geen gewoon lid van de Octrooiraad in de afdeling zitting heeft, door een door de leden van de afdeling uit hun midden gekozen lid.
- Wet
- Octrooireglement
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001908
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl