BWBR0001908
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 31C
Octrooireglement
1. Het depot van culturen van micro-organismen overeenkomstig artikel 22B, tweede lid, van de Rijksoctrooiwet kan geschieden bij:
a. een instelling die, in overeenstemming met artikel 7 van het Verdrag inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (Trb. 1978, 90), de status van internationale depositaris bezit of
b. een door de Octrooiraad aangewezen instelling.
2. Voor een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, is vereist dat de desbetreffende instelling in staat en bereid is:
a. culturen van micro-organismen onder afgifte van een ontvangstbewijs in bewaring te nemen en onder behoud van hun eigenschappen en het treffen van toereikende veiligheidsmaatregelen en in overeenstemming met artikel 31E, eerste lid, op te slaan;
b. in overeenstemming met artikel 31F monsters te verstrekken van gedeponeerde culturen van micro-organismen;
c. onverminderd het onder a en b bepaalde gedeponeerde culturen van micro-organismen beschikbaar te houden en beschikbaar te stellen door daarvan monsters te verstrekken, gedurende een tijdvak van ten minste vijf jaar na het tijdstip waarop het laatste verzoek om verstrekking van een monster van de desbetreffende cultuur door de instelling werd ontvangen, en in ieder geval gedurende een tijdvak van ten minste 30 jaar na de datum van het depot.
3. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, kan worden gedaan voor alle of voor bepaalde soorten van culturen van micro-organismen.
4. De Octrooiraad trekt een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, in, indien de desbetreffende instelling niet meer voldoet aan het tweede lid.
a. een instelling die, in overeenstemming met artikel 7 van het Verdrag inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (Trb. 1978, 90), de status van internationale depositaris bezit of
b. een door de Octrooiraad aangewezen instelling.
2. Voor een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, is vereist dat de desbetreffende instelling in staat en bereid is:
a. culturen van micro-organismen onder afgifte van een ontvangstbewijs in bewaring te nemen en onder behoud van hun eigenschappen en het treffen van toereikende veiligheidsmaatregelen en in overeenstemming met artikel 31E, eerste lid, op te slaan;
b. in overeenstemming met artikel 31F monsters te verstrekken van gedeponeerde culturen van micro-organismen;
c. onverminderd het onder a en b bepaalde gedeponeerde culturen van micro-organismen beschikbaar te houden en beschikbaar te stellen door daarvan monsters te verstrekken, gedurende een tijdvak van ten minste vijf jaar na het tijdstip waarop het laatste verzoek om verstrekking van een monster van de desbetreffende cultuur door de instelling werd ontvangen, en in ieder geval gedurende een tijdvak van ten minste 30 jaar na de datum van het depot.
3. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, kan worden gedaan voor alle of voor bepaalde soorten van culturen van micro-organismen.
4. De Octrooiraad trekt een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, in, indien de desbetreffende instelling niet meer voldoet aan het tweede lid.
- Wet
- Octrooireglement
- Citeren als
- Art. 31C
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001908
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl