BWBR0001908
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 25
Octrooireglement
De in artikel 22B, derde lid, van de Rijksoctrooiwet bedoelde nadere vormvoorschriften voor de bij een aanvrage om octrooi behorende tekeningen en de in dat lid bedoelde nadere voorschriften voor de inrichting van die tekeningen zijn de volgende:
1°. De tekeningen moeten duidelijk zijn en mogen niet meer bevatten dan voor een juist begrip van de uitvinding nodig is.
2°. Dwarsdoorsneden moeten zijn aangegeven door schuine arceringen; een en ander mag niet het duidelijk onderscheiden van verwijzingstekens en lijnen verhinderen.
3°. De schaal van de tekeningen moet worden bepaald rekening houdende met de graad van ingewikkeldheid der figuren; zij is voldoende indien een fotografische reproduktie op twee derde van de grootte veroorlooft de bijzonderheden zonder moeite te zien.
4°. Verwijzingstekens ter aanduiding van de onderdelen der figuren mogen alleen worden gebruikt voor zover een goed begrip van de beschrijving zulks vereist; zij moeten overeenkomen met die, welke in de beschrijving voorkomen. Dezelfde onderdelen in verschillende figuren moeten overal aangegeven zijn door dezelfde verwijzingstekens. Ingeval in de beschrijving varianten van de uitvinding worden beschreven, mag in met deze varianten overeenkomende figuren gebruik worden gemaakt van een systeem, waarbij dezelfde kenmerken in verschillende figuren worden aangeduid door samenhangende verwijzingscijfers (bijvoorbeeld algemeen kenmerk "15" wordt in figuur 1 aangeduid met "115", in figuur 2 met "215", enz.). Een verwijzingsteken mag niet voor verschillende onderdelen worden gebezigd, ook niet in verschillende figuren; bijvoeging van accenten of cijfers bij de verwijzingstekens moet zoveel mogelijk worden vermeden.
5°. De tekeningen mogen geen verklaring bevatten met uitzondering van aanduidingen als "water", "stoom", "doorsnede II-II", "open", "dicht" en, voor wat elektrische blokschema's of fabricageschema's betreft, de aanduidingen nodig voor een goed begrip daarvan. Deze aanduidingen moeten in de Nederlandse taal zijn gesteld.
1°. De tekeningen moeten duidelijk zijn en mogen niet meer bevatten dan voor een juist begrip van de uitvinding nodig is.
2°. Dwarsdoorsneden moeten zijn aangegeven door schuine arceringen; een en ander mag niet het duidelijk onderscheiden van verwijzingstekens en lijnen verhinderen.
3°. De schaal van de tekeningen moet worden bepaald rekening houdende met de graad van ingewikkeldheid der figuren; zij is voldoende indien een fotografische reproduktie op twee derde van de grootte veroorlooft de bijzonderheden zonder moeite te zien.
4°. Verwijzingstekens ter aanduiding van de onderdelen der figuren mogen alleen worden gebruikt voor zover een goed begrip van de beschrijving zulks vereist; zij moeten overeenkomen met die, welke in de beschrijving voorkomen. Dezelfde onderdelen in verschillende figuren moeten overal aangegeven zijn door dezelfde verwijzingstekens. Ingeval in de beschrijving varianten van de uitvinding worden beschreven, mag in met deze varianten overeenkomende figuren gebruik worden gemaakt van een systeem, waarbij dezelfde kenmerken in verschillende figuren worden aangeduid door samenhangende verwijzingscijfers (bijvoorbeeld algemeen kenmerk "15" wordt in figuur 1 aangeduid met "115", in figuur 2 met "215", enz.). Een verwijzingsteken mag niet voor verschillende onderdelen worden gebezigd, ook niet in verschillende figuren; bijvoeging van accenten of cijfers bij de verwijzingstekens moet zoveel mogelijk worden vermeden.
5°. De tekeningen mogen geen verklaring bevatten met uitzondering van aanduidingen als "water", "stoom", "doorsnede II-II", "open", "dicht" en, voor wat elektrische blokschema's of fabricageschema's betreft, de aanduidingen nodig voor een goed begrip daarvan. Deze aanduidingen moeten in de Nederlandse taal zijn gesteld.
- Wet
- Octrooireglement
- Citeren als
- Art. 25
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001908
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl