BWBR0001908
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 23
Octrooireglement
De in artikel 22A, derde lid, van de Rijksoctrooiwet bedoelde overige vormvoorschriften voor de bij een aanvrage om octrooi behorende tekeningen zijn de volgende:
1°. De tekeningen moeten worden ingediend in drievoud en zijn gesteld op één zijde van één of meer bladen buigzaam, sterk, wit, glad, niet-glanzend en duurzaam papier van het formaat A 4 (29,7 * 21 cm).
2°. De tekeningen moeten in al haar onderdelen zijn uitgevoerd in krachtige en gelijkmatig getrokken duurzame lijnen van een enkele donkere kleur, dit zodanig, dat zij in een onbeperkt aantal exemplaren rechtstreeks kunnen worden gereproduceerd door middel van fotografie, elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm. De bladen dienen ongekreukt en ongescheurd te zijn.
3°. De tekeningen moeten binnen de spiegel van 26,2 cm en 17 cm worden gehouden. De bladen van de tekeningen mogen geen rand rond de te gebruiken of gebruikte bladspiegel hebben. De minimummarges dienen als volgt te zijn: bovenmarge 2,5 cm; rechtermarge 1,5 cm; linkermarge 2,5 cm; benedenmarge 1 cm.
4°. De afzonderlijke figuren moeten duidelijk van elkaar gescheiden en doorlopend genummerd zijn.
1°. De tekeningen moeten worden ingediend in drievoud en zijn gesteld op één zijde van één of meer bladen buigzaam, sterk, wit, glad, niet-glanzend en duurzaam papier van het formaat A 4 (29,7 * 21 cm).
2°. De tekeningen moeten in al haar onderdelen zijn uitgevoerd in krachtige en gelijkmatig getrokken duurzame lijnen van een enkele donkere kleur, dit zodanig, dat zij in een onbeperkt aantal exemplaren rechtstreeks kunnen worden gereproduceerd door middel van fotografie, elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm. De bladen dienen ongekreukt en ongescheurd te zijn.
3°. De tekeningen moeten binnen de spiegel van 26,2 cm en 17 cm worden gehouden. De bladen van de tekeningen mogen geen rand rond de te gebruiken of gebruikte bladspiegel hebben. De minimummarges dienen als volgt te zijn: bovenmarge 2,5 cm; rechtermarge 1,5 cm; linkermarge 2,5 cm; benedenmarge 1 cm.
4°. De afzonderlijke figuren moeten duidelijk van elkaar gescheiden en doorlopend genummerd zijn.
- Wet
- Octrooireglement
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001908
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl