BWBR0001879
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 22A
Rijksoctrooiwet
1. De aanvrage om octrooi moet:
a. de naam en de woonplaats van de aanvrager vermelden;
b. de naam en de woonplaats vermelden van degene, die de uitvinding heeft gedaan, tenzij deze heeft verklaard op vermelding als uitvinder in het octrooi geen prijs te stellen;
c. door de aanvrager of zijn schriftelijk gemachtigde zijn ondertekend;
d. een korte aanduiding bevatten van datgene, waarop de uitvinding betrekking heeft;
e. vergezeld zijn van een beschrijving van de uitvinding, die aan het slot in een of meer conclusies een omschrijving geeft van datgene, waarvoor uitsluitend recht wordt verlangd;
f. vergezeld zijn van een uittreksel.
2. Het uittreksel is alleen bedoeld als technische informatie; het kan in het bijzonder niet dienen voor de uitlegging van de omvang van de gevraagde bescherming en voor de toepassing van artikel 2, derde lid, en artikel 51, tweede lid.
3. De aanvrage moet voorts, evenals de beschrijving van de uitvinding, tekeningen en het uittreksel, voldoen aan de overige, bij algemene maatregel van bestuur te stellen, vormvoorschriften.
4. Ter zake van de aanvrage moet voorts een bij algemene maatregel van Rijksbestuur te bepalen bedrag worden betaald voor iedere bladzijde van de beschrijving, tekeningen en het uittreksel, zoals deze met inachtneming van de in het eerste en derde lid bedoelde voorschriften zijn ingericht. Dit bedrag wordt, tenzij artikel 22C, tweede of derde lid, toepassing vindt, teruggegeven na intrekking van de aanvrage uiterlijk een maand voor afloop van de in het eerste lid van dat artikel bedoelde termijn.
5. Indien de aanvrager niet in het Koninkrijk woont, is hij verplicht in Nederland domicilie te kiezen bij een gemachtigde, welke keuze, behoudens schriftelijk ter kennis van de Octrooiraad te brengen wijziging van het gekozen domicilie, wordt geacht van kracht te blijven ook na de verlening van het octrooi. Heeft die wijziging van domiciliekeuze plaats na de verlening van het octrooi, dan behoeft degene, bij wie domicilie gekozen wordt, geen gemachtigde te zijn.
6. Indien bij de indiening van de aanvrage niet is voldaan aan het bij of krachtens dit artikel bepaalde, geeft de Octrooiraad hiervan binnen een maand kennis aan de aanvrager, onder opgave van de voorschriften waaraan niet is voldaan. De aanvrage vervalt, indien na verloop van vijf maanden na de indiening niet alsnog, zonder enige verder gaande wijziging, aan de opgegeven voorschriften is voldaan.
a. de naam en de woonplaats van de aanvrager vermelden;
b. de naam en de woonplaats vermelden van degene, die de uitvinding heeft gedaan, tenzij deze heeft verklaard op vermelding als uitvinder in het octrooi geen prijs te stellen;
c. door de aanvrager of zijn schriftelijk gemachtigde zijn ondertekend;
d. een korte aanduiding bevatten van datgene, waarop de uitvinding betrekking heeft;
e. vergezeld zijn van een beschrijving van de uitvinding, die aan het slot in een of meer conclusies een omschrijving geeft van datgene, waarvoor uitsluitend recht wordt verlangd;
f. vergezeld zijn van een uittreksel.
2. Het uittreksel is alleen bedoeld als technische informatie; het kan in het bijzonder niet dienen voor de uitlegging van de omvang van de gevraagde bescherming en voor de toepassing van artikel 2, derde lid, en artikel 51, tweede lid.
3. De aanvrage moet voorts, evenals de beschrijving van de uitvinding, tekeningen en het uittreksel, voldoen aan de overige, bij algemene maatregel van bestuur te stellen, vormvoorschriften.
4. Ter zake van de aanvrage moet voorts een bij algemene maatregel van Rijksbestuur te bepalen bedrag worden betaald voor iedere bladzijde van de beschrijving, tekeningen en het uittreksel, zoals deze met inachtneming van de in het eerste en derde lid bedoelde voorschriften zijn ingericht. Dit bedrag wordt, tenzij artikel 22C, tweede of derde lid, toepassing vindt, teruggegeven na intrekking van de aanvrage uiterlijk een maand voor afloop van de in het eerste lid van dat artikel bedoelde termijn.
5. Indien de aanvrager niet in het Koninkrijk woont, is hij verplicht in Nederland domicilie te kiezen bij een gemachtigde, welke keuze, behoudens schriftelijk ter kennis van de Octrooiraad te brengen wijziging van het gekozen domicilie, wordt geacht van kracht te blijven ook na de verlening van het octrooi. Heeft die wijziging van domiciliekeuze plaats na de verlening van het octrooi, dan behoeft degene, bij wie domicilie gekozen wordt, geen gemachtigde te zijn.
6. Indien bij de indiening van de aanvrage niet is voldaan aan het bij of krachtens dit artikel bepaalde, geeft de Octrooiraad hiervan binnen een maand kennis aan de aanvrager, onder opgave van de voorschriften waaraan niet is voldaan. De aanvrage vervalt, indien na verloop van vijf maanden na de indiening niet alsnog, zonder enige verder gaande wijziging, aan de opgegeven voorschriften is voldaan.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 22A
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl