BWBR0001879
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 8A
Rijksoctrooiwet
1. De aanvrager kan zijn reeds ingediende aanvrage splitsen door voor een gedeelte van de inhoud daarvan een afzonderlijke aanvrage in te dienen. Deze aanvrage wordt, behalve voor wat de toepassing van de artikelen 22, eerste lid, 22A, zesde lid, en 22C, derde lid, betreft, geacht te zijn ingediend op de dag van indiening van de oorspronkelijke aanvrage.
2. Splitsing van een aanvrage als gevolg van een beslissing van een afdeling van de Octrooiraad, dat de aanvrage in strijd is met het bij of krachtens artikel 5A bepaalde, moet geschieden binnen drie maanden, nadat zodanige beslissing onherroepelijk is geworden. Splitsing van de aanvrage op eigen initiatief van de aanvrager is mogelijk tot uiterlijk zes maanden na de indiening van een verzoekschrift als bedoeld in artikel 22J, en daarna met schriftelijke toestemming van de Octrooiraad.
2. Splitsing van een aanvrage als gevolg van een beslissing van een afdeling van de Octrooiraad, dat de aanvrage in strijd is met het bij of krachtens artikel 5A bepaalde, moet geschieden binnen drie maanden, nadat zodanige beslissing onherroepelijk is geworden. Splitsing van de aanvrage op eigen initiatief van de aanvrager is mogelijk tot uiterlijk zes maanden na de indiening van een verzoekschrift als bedoeld in artikel 22J, en daarna met schriftelijke toestemming van de Octrooiraad.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 8A
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl