BWBR0001879
Geldig vanaf 01-06-1969
Artikel 29D
Rijksoctrooiwet
1. Indien een aanvrager verzoekt de inhoud van een octrooiaanvrage geheim te houden in het belang van de verdediging van een andere staat, dan wel de regering van die staat zodanig verzoek doet, zendt de Octrooiraad, mits de aanvrager schriftelijk heeft verklaard afstand te doen van alle vergoeding van schade, die hij door toepassing van dit artikel zou kunnen lijden, onverwijld afschrift van dat verzoek en van de tot de aanvrage behorende beschrijving en tekeningen, alsmede van bedoelde afstandsverklaring, aan Onze Minister van Defensie. In dat geval worden de terinzagelegging en openbaarmaking van de aanvrage opgeschort. Ingeval een afstandsverklaring ontbreekt, stelt de Octrooiraad Onze genoemde Minister onverwijld van een en ander in kennis.
2. Binnen drie maanden na de indiening van het verzoek kan Onze genoemde Minister, mits hem is gebleken, dat aan de aanvrager ook door de betrokken staat geheimhouding is opgelegd en dat deze van die staat toestemming heeft verkregen een aanvrage onder geheimhouding in te dienen, aan de Octrooiraad mededelen, dat de inhoud der aanvrage in het belang van de verdediging van die staat geheim moet blijven.
3. Een mededeling krachtens het tweede lid heeft tot gevolg, dat terinzagelegging en openbaarmaking van de aanvrage blijven opgeschort, totdat Onze genoemde Minister de Octrooiraad mededeelt, dat de inhoud der aanvrage niet langer geheim behoeft te blijven. Het uitblijven van eerstbedoelde mededeling heeft tot gevolg, dat de opschorting eindigt.
4. Artikel 29B, zesde en zevende lid, zijn ten aanzien van een aanvrage als in het eerste lid bedoeld van overeenkomstige toepassing.
2. Binnen drie maanden na de indiening van het verzoek kan Onze genoemde Minister, mits hem is gebleken, dat aan de aanvrager ook door de betrokken staat geheimhouding is opgelegd en dat deze van die staat toestemming heeft verkregen een aanvrage onder geheimhouding in te dienen, aan de Octrooiraad mededelen, dat de inhoud der aanvrage in het belang van de verdediging van die staat geheim moet blijven.
3. Een mededeling krachtens het tweede lid heeft tot gevolg, dat terinzagelegging en openbaarmaking van de aanvrage blijven opgeschort, totdat Onze genoemde Minister de Octrooiraad mededeelt, dat de inhoud der aanvrage niet langer geheim behoeft te blijven. Het uitblijven van eerstbedoelde mededeling heeft tot gevolg, dat de opschorting eindigt.
4. Artikel 29B, zesde en zevende lid, zijn ten aanzien van een aanvrage als in het eerste lid bedoeld van overeenkomstige toepassing.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 29D
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl