BWBR0001879
Geldig vanaf 01-02-1979
Artikel 29B
Rijksoctrooiwet
1. Binnen acht maanden na de indiening van een octrooiaanvrage als bedoeld in artikel 29A deelt Onze Minister van Defensie aan de Octrooiraad mede, of de inhoud van de aanvrage in het belang van de verdediging van het Koninkrijk of zijn bondgenoten geheim moet blijven.
2. Een mededeling krachtens het eerste lid in bevestigende zin heeft tot gevolg, dat terinzagelegging en openbaarmaking van de aanvrage blijven opgeschort tot drie jaren na die mededeling. Een mededeling in ontkennende zin heeft tot gevolg, dat de opschorting eindigt. Het uitblijven van enige mededeling wordt met een mededeling in ontkennende zin gelijk gesteld.
3. Onze genoemde Minister kan de termijn van opschorting binnen zes maanden vóór het verstrijken daarvan telkenmale met drie jaren verlengen door aan de Octrooiraad mede te delen, dat de inhoud der aanvrage in het belang van de verdediging van het Koninkrijk of zijn bondgenoten geheim moet blijven.
4. Onze genoemde Minister kan te allen tijde aan de Octrooiraad mededelen, dat de inhoud van de aanvrage niet langer geheim behoeft te blijven. Zodanige mededeling heeft tot gevolg, dat de opschorting eindigt.
5. Van een mededeling krachtens het eerste, derde of vierde lid geeft de Octrooiraad onverwijld kennis aan de aanvrager. Hij stelt deze eveneens onverwijld in kennis van het uitblijven van een mededeling als bedoeld in het eerste of derde lid.
6. Zolang de opschorting niet is geëindigd, zendt de Octrooiraad op verzoek van Onze genoemde Minister aan deze afschrift van alle terzake tussen die Raad en de aanvrager gewisselde stukken.
7. Indien de opschorting eindigt, geschieden niettemin de terinzagelegging en openbaarmaking van de aanvrage, tenzij op verzoek van de aanvrager, niet voordat drie maanden zijn verstreken.
2. Een mededeling krachtens het eerste lid in bevestigende zin heeft tot gevolg, dat terinzagelegging en openbaarmaking van de aanvrage blijven opgeschort tot drie jaren na die mededeling. Een mededeling in ontkennende zin heeft tot gevolg, dat de opschorting eindigt. Het uitblijven van enige mededeling wordt met een mededeling in ontkennende zin gelijk gesteld.
3. Onze genoemde Minister kan de termijn van opschorting binnen zes maanden vóór het verstrijken daarvan telkenmale met drie jaren verlengen door aan de Octrooiraad mede te delen, dat de inhoud der aanvrage in het belang van de verdediging van het Koninkrijk of zijn bondgenoten geheim moet blijven.
4. Onze genoemde Minister kan te allen tijde aan de Octrooiraad mededelen, dat de inhoud van de aanvrage niet langer geheim behoeft te blijven. Zodanige mededeling heeft tot gevolg, dat de opschorting eindigt.
5. Van een mededeling krachtens het eerste, derde of vierde lid geeft de Octrooiraad onverwijld kennis aan de aanvrager. Hij stelt deze eveneens onverwijld in kennis van het uitblijven van een mededeling als bedoeld in het eerste of derde lid.
6. Zolang de opschorting niet is geëindigd, zendt de Octrooiraad op verzoek van Onze genoemde Minister aan deze afschrift van alle terzake tussen die Raad en de aanvrager gewisselde stukken.
7. Indien de opschorting eindigt, geschieden niettemin de terinzagelegging en openbaarmaking van de aanvrage, tenzij op verzoek van de aanvrager, niet voordat drie maanden zijn verstreken.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 29B
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl