BWBR0001879
Geldig vanaf 01-02-1979
Artikel 29G
Rijksoctrooiwet
1. Een Europese octrooiaanvrage, waarvan de inhoud - naar de aanvrager weet of redelijkerwijs moet vermoeden - in het belang van de verdediging van het Koninkrijk of zijn bondgenoten geheim moet blijven, moet worden ingediend bij de Octrooiraad.
2. De Octrooiraad zendt onverwijld afschrift van de tot de aanvrage behorende beschrijving en tekeningen aan Onze Minister van Defensie.
3. Uiterlijk drie weken voor het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 77, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag, deelt Onze genoemde Minister aan de Octrooiraad mede, of de inhoud van de aanvrage in het belang van de verdediging van het Koninkrijk of zijn bondgenoten geheim moet blijven.
4. Indien een mededeling krachtens het derde lid in ontkennende zin is gedaan of indien een mededeling is uitgebleven zendt de Octrooiraad de Europese octrooiaanvrage, met inachtneming van de in artikel 77, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag bedoelde termijn, door aan het Europees Octrooibureau, bedoeld in dat Verdrag.
5. De Octrooiraad geeft van enige mededeling krachtens het derde lid of van het uitblijven daarvan onverwijld kennis aan de aanvrager.
2. De Octrooiraad zendt onverwijld afschrift van de tot de aanvrage behorende beschrijving en tekeningen aan Onze Minister van Defensie.
3. Uiterlijk drie weken voor het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 77, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag, deelt Onze genoemde Minister aan de Octrooiraad mede, of de inhoud van de aanvrage in het belang van de verdediging van het Koninkrijk of zijn bondgenoten geheim moet blijven.
4. Indien een mededeling krachtens het derde lid in ontkennende zin is gedaan of indien een mededeling is uitgebleven zendt de Octrooiraad de Europese octrooiaanvrage, met inachtneming van de in artikel 77, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag bedoelde termijn, door aan het Europees Octrooibureau, bedoeld in dat Verdrag.
5. De Octrooiraad geeft van enige mededeling krachtens het derde lid of van het uitblijven daarvan onverwijld kennis aan de aanvrager.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 29G
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl