BWBR0001879
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 28A
Rijksoctrooiwet
1. Na de terinzagelegging van de aanvrage of, indien deze eerder plaatsvindt, na de openbaarmaking overeenkomstig artikel 25 van de aanvrage kan een ieder desverlangd kennis nemen van alle op de aanvrage of het daarop verleende octrooi betrekking hebbende stukken die de Octrooiraad hebben bereikt of die de raad aan de aanvrager of aan derden heeft doen uitgaan in het kader van de bepalingen van deze Rijkswet.
2. Van stukken als in het eerste lid bedoeld, die betrekking hebben op een aanvrage die nog niet ter inzage is gelegd, kan alleen met toestemming van de aanvrager kennis worden genomen. Zonder toestemming van de aanvrager kan daarvan nochtans kennis worden genomen, indien de betrokkene aantoont dat de aanvrager zich tegenover hem heeft beroepen op zijn aanvrage. Het in de vorige volzinnen bepaalde geldt niet ten aanzien van de in afdeling III van dit hoofdstuk bedoelde octrooiaanvragen.
3. Geen kennis kan worden genomen van de verklaring, bedoeld in artikel 22A, eerste lid, onder b.
2. Van stukken als in het eerste lid bedoeld, die betrekking hebben op een aanvrage die nog niet ter inzage is gelegd, kan alleen met toestemming van de aanvrager kennis worden genomen. Zonder toestemming van de aanvrager kan daarvan nochtans kennis worden genomen, indien de betrokkene aantoont dat de aanvrager zich tegenover hem heeft beroepen op zijn aanvrage. Het in de vorige volzinnen bepaalde geldt niet ten aanzien van de in afdeling III van dit hoofdstuk bedoelde octrooiaanvragen.
3. Geen kennis kan worden genomen van de verklaring, bedoeld in artikel 22A, eerste lid, onder b.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 28A
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl