BWBR0001879
Geldig vanaf 01-12-1987
Artikel 39
Rijksoctrooiwet
1. Indien het octrooi aan verscheidene personen gezamenlijk toekomt, wordt hun onderlinge verhouding beheerst door hetgeen tussen hen bij overeenkomst is bepaald.
2. Zo er geen overeenkomst is of zo in de overeenkomst niet anders is bepaald, heeft ieder rechthebbende de bevoegdheid de in artikel 30 genoemde handelingen te verrichten en tegen zulke handelingen alsmede handelingen als bedoeld in artikel 44A, eerste en tweede lid, die onbevoegdelijk zijn verricht, ingevolge de artikelen 43-45 op te treden, doch kan een licentie of toestemming als bedoeld in artikel 44A, tweede lid, door de rechthebbenden slechts met gemeen goedvinden verleend worden.
3. Voor de betaling van de in artikel 35 genoemde bedragen zijn de rechthebbenden hoofdelijk verbonden.
2. Zo er geen overeenkomst is of zo in de overeenkomst niet anders is bepaald, heeft ieder rechthebbende de bevoegdheid de in artikel 30 genoemde handelingen te verrichten en tegen zulke handelingen alsmede handelingen als bedoeld in artikel 44A, eerste en tweede lid, die onbevoegdelijk zijn verricht, ingevolge de artikelen 43-45 op te treden, doch kan een licentie of toestemming als bedoeld in artikel 44A, tweede lid, door de rechthebbenden slechts met gemeen goedvinden verleend worden.
3. Voor de betaling van de in artikel 35 genoemde bedragen zijn de rechthebbenden hoofdelijk verbonden.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 39
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl