BWBR0001879
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 28
Rijksoctrooiwet
1. Het octrooi, verleend op een openbaar gemaakte aanvrage, verkrijgt als dagtekening en begint, onverminderd het bepaalde bij artikel 44, te werken de dag na die, waarop de in artikel 25, derde lid, bedoelde termijn is verlopen, zonder dat bezwaar- of verzoekschriften zijn ingediend, of, zo die wel zijn ingediend, de dag na die, waarop de in artikel 27 bedoelde termijn is verlopen, zonder dat beroep is ingesteld, van het instellen van beroep door alle daartoe bevoegden is afstand gedaan of wel na ingesteld beroep de dag na die, waarop het octrooi door een afdeling van beroep is verleend.
2. Binnen veertien dagen na die dag doet de Octrooiraad van de verlening van het octrooi aantekening in het in artikel 25, eerste lid, bedoelde register en maakt hij daarvan zodra mogelijk melding in het in die bepaling bedoelde blad. Tegelijk met de verschijning van het blad geeft de raad de bij de aanvrage behorende beschrijving en tekeningen in de vorm, waarin daarop octrooi is verleend, bij wege van octrooischrift uit.
3. Binnen veertien dagen na de dagtekening van het in het vorige lid bedoelde blad wordt door de Octrooiraad aan hem, wie octrooi is verleend, een bewijs van zijn recht verstrekt.
4. Van de afwijzing van een aanvrage doet de Octrooiraad, nadat daartegen geen beroep meer openstaat of wel tot afwijzing door de raad na ingesteld beroep is besloten, eveneens binnen veertien dagen aantekening in het in artikel 25, eerste lid, bedoelde register en maakt de raad zodra mogelijk melding in het in die bepaling bedoelde blad.
2. Binnen veertien dagen na die dag doet de Octrooiraad van de verlening van het octrooi aantekening in het in artikel 25, eerste lid, bedoelde register en maakt hij daarvan zodra mogelijk melding in het in die bepaling bedoelde blad. Tegelijk met de verschijning van het blad geeft de raad de bij de aanvrage behorende beschrijving en tekeningen in de vorm, waarin daarop octrooi is verleend, bij wege van octrooischrift uit.
3. Binnen veertien dagen na de dagtekening van het in het vorige lid bedoelde blad wordt door de Octrooiraad aan hem, wie octrooi is verleend, een bewijs van zijn recht verstrekt.
4. Van de afwijzing van een aanvrage doet de Octrooiraad, nadat daartegen geen beroep meer openstaat of wel tot afwijzing door de raad na ingesteld beroep is besloten, eveneens binnen veertien dagen aantekening in het in artikel 25, eerste lid, bedoelde register en maakt de raad zodra mogelijk melding in het in die bepaling bedoelde blad.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 28
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl