BWBR0001879
Geldig vanaf 01-06-1969
Artikel 55
Rijksoctrooiwet
1. Hij, die de inschrijving in een register van een stuk, mits geen aanvrage om octrooi, aan de Octrooiraad heeft verzocht, kan zich, ingeval de inschrijving wordt geweigerd, bij verzoekschrift wenden tot de in het vorige artikel bedoelde rechtbank. Hetzelfde kan doen hij, die zich door de inschrijving in een register van een stuk, mits geen aanvrage om octrooi, bezwaard acht.
2. De rechtbank kan, na verhoor van de verzoeker, van de Voorzitter van de Octrooiraad of diens gemachtigde, en, zo zij het nodig acht, van andere belanghebbenden, gelasten dat de inschrijving alsnog geschiede, of in het tweede geval de inschrijving geheel of ten dele krachteloos verklaren, van welke verklaring in het register melding moet worden gemaakt.
3. Het bevelschrift, waarbij de oproeping wordt gelast, wordt door de griffier bij aangetekende brief ter kennis van de door de rechter aangewezen personen gebracht. De opgeroepenen kunnen zich door een bijzonder gemachtigde doen vertegenwoordigen, doch de rechter kan verschijning in persoon gelasten. Van het gevoelen van ieder der verschenen personen wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. Bij niet verschijning, zelfs van alle opgeroepenen, kan de rechter zonder verhoor beslissen.
4. De verzoeker, de Voorzitter van de Octrooiraad en de opgeroepen belanghebbenden kunnen in hoger beroep komen binnen veertien dagen na de dagtekening der beschikking. Dat beroep kan onmiddellijk worden ingesteld.
2. De rechtbank kan, na verhoor van de verzoeker, van de Voorzitter van de Octrooiraad of diens gemachtigde, en, zo zij het nodig acht, van andere belanghebbenden, gelasten dat de inschrijving alsnog geschiede, of in het tweede geval de inschrijving geheel of ten dele krachteloos verklaren, van welke verklaring in het register melding moet worden gemaakt.
3. Het bevelschrift, waarbij de oproeping wordt gelast, wordt door de griffier bij aangetekende brief ter kennis van de door de rechter aangewezen personen gebracht. De opgeroepenen kunnen zich door een bijzonder gemachtigde doen vertegenwoordigen, doch de rechter kan verschijning in persoon gelasten. Van het gevoelen van ieder der verschenen personen wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. Bij niet verschijning, zelfs van alle opgeroepenen, kan de rechter zonder verhoor beslissen.
4. De verzoeker, de Voorzitter van de Octrooiraad en de opgeroepen belanghebbenden kunnen in hoger beroep komen binnen veertien dagen na de dagtekening der beschikking. Dat beroep kan onmiddellijk worden ingesteld.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 55
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl