BWBR0001879
Geldig vanaf 01-02-1979
Artikel 29H
Rijksoctrooiwet
1. Een Europese octrooiaanvrage, die voldoet aan het bepaalde in artikel 80 van het Europees Octrooiverdrag en op grond van artikel 77, vijfde lid, of artikel 162, vierde lid, van dat Verdrag wordt geacht te zijn ingetrokken en die, als bijlage bij een regelmatig verzoek tot omzetting in een aanvrage om octrooi in het Koninkrijk, bij de Octrooiraad is binnengekomen, hierna te noemen omgezette aanvrage, geldt als een tot die raad gerichte en bij die raad ingediende aanvrage om octrooi als bedoeld in artikel 1A. Een verzoek tot omzetting is regelmatig als het met inachtneming van de bepalingen van het Achtste Deel, hoofdstuk I, van het Europees Octrooiverdrag tijdig gedaan en aan de Octrooiraad doorgezonden is.
2. De omgezette aanvrage wordt geacht bij de Octrooiraad te zijn ingediend op de datum van indiening, die zij ingevolge artikel 80 van het Europees Octrooiverdrag met inachtneming van de artikelen 61 of 76 van dat Verdrag bezit.
2. De omgezette aanvrage wordt geacht bij de Octrooiraad te zijn ingediend op de datum van indiening, die zij ingevolge artikel 80 van het Europees Octrooiverdrag met inachtneming van de artikelen 61 of 76 van dat Verdrag bezit.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 29H
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl