BWBR0001879
Geldig vanaf 01-04-1995
Artikel 22K
Rijksoctrooiwet
1. Een aanvrage vervalt, indien niet binnen één jaar na de inwerkingtreding van de Rijksoctrooiwet 1995 een verzoekschrift als bedoeld in artikel 22J is ingediend.
2. Ingeval ten aanzien van een aanvrage vóór het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn een verzoek om instelling of voortzetting van een onderzoek als bedoeld in artikel 22I, eerste, tweede of tiende lid, is gedaan, doch van de in het negende lid van dat artikel bedoelde mededeling betreffende het onderzoek niet ten minste vier maanden vóór dat verstrijken kennis is gegeven in het in artikel 25 bedoelde blad, wordt de in het eerste lid bedoelde termijn verlengd tot vier maanden na de kennisgeving in het in artikel 25 bedoelde blad van die mededeling. Voor de in afdeling III van dit hoofdstuk bedoelde aanvragen is in de genoemde gevallen een verlenging van vier maanden na de dagtekening van de mededeling inzake het onderzoek, onderscheidenlijk het aanvullende onderzoek, van toepassing.
3. Een nieuwe aanvrage als bedoeld in artikel 8A, die ten minste één maand vóór het verstrijken van de krachtens het eerste of tweede lid voor de oorspronkelijke aanvrage geldende termijn wordt ingediend, vervalt, indien niet binnen laatstbedoelde termijn een verzoekschrift als bedoeld in artikel 22J is ingediend, met dien verstande dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing is.
4. Een nieuwe aanvrage als bedoeld in artikel 8A, die minder dan één maand vóór het verstrijken dan wel na het verstrijken van de krachtens het eerste of tweede lid voor de oorspronkelijke aanvrage geldende termijn wordt ingediend, vervalt, indien niet binnen één maand na de indiening een verzoek om instelling van een onderzoek als bedoeld in artikel 22I, eerste of tweede lid , is gedaan en vervolgens niet binnen vier maanden na de kennisgeving in het in artikel 25 bedoelde blad van de in artikel 22I, negende lid, bedoelde mededeling betreffende het onderzoek een verzoekschrift als bedoeld in artikel 22J is ingediend.
5. De Octrooiraad tekent het verval in de openbare registers aan en geeft daarvan kennis in het in artikel 25 bedoelde blad.
2. Ingeval ten aanzien van een aanvrage vóór het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn een verzoek om instelling of voortzetting van een onderzoek als bedoeld in artikel 22I, eerste, tweede of tiende lid, is gedaan, doch van de in het negende lid van dat artikel bedoelde mededeling betreffende het onderzoek niet ten minste vier maanden vóór dat verstrijken kennis is gegeven in het in artikel 25 bedoelde blad, wordt de in het eerste lid bedoelde termijn verlengd tot vier maanden na de kennisgeving in het in artikel 25 bedoelde blad van die mededeling. Voor de in afdeling III van dit hoofdstuk bedoelde aanvragen is in de genoemde gevallen een verlenging van vier maanden na de dagtekening van de mededeling inzake het onderzoek, onderscheidenlijk het aanvullende onderzoek, van toepassing.
3. Een nieuwe aanvrage als bedoeld in artikel 8A, die ten minste één maand vóór het verstrijken van de krachtens het eerste of tweede lid voor de oorspronkelijke aanvrage geldende termijn wordt ingediend, vervalt, indien niet binnen laatstbedoelde termijn een verzoekschrift als bedoeld in artikel 22J is ingediend, met dien verstande dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing is.
4. Een nieuwe aanvrage als bedoeld in artikel 8A, die minder dan één maand vóór het verstrijken dan wel na het verstrijken van de krachtens het eerste of tweede lid voor de oorspronkelijke aanvrage geldende termijn wordt ingediend, vervalt, indien niet binnen één maand na de indiening een verzoek om instelling van een onderzoek als bedoeld in artikel 22I, eerste of tweede lid , is gedaan en vervolgens niet binnen vier maanden na de kennisgeving in het in artikel 25 bedoelde blad van de in artikel 22I, negende lid, bedoelde mededeling betreffende het onderzoek een verzoekschrift als bedoeld in artikel 22J is ingediend.
5. De Octrooiraad tekent het verval in de openbare registers aan en geeft daarvan kennis in het in artikel 25 bedoelde blad.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 22K
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl