BWBR0001879
Geldig vanaf 29-12-1995
Artikel 17A
Rijksoctrooiwet
1. Indien de aanvrager of de octrooihouder dan wel de houder van een Europees octrooi, ondanks het betrachten van alle in de gegeven omstandigheden geboden zorgvuldigheid, niet in staat is geweest een termijn ten opzichte van het Bureau voor de industriële eigendom, de Octrooiraad of het bureau bedoeld in artikel 58 in acht te nemen, wordt op zijn verzoek de vorige toestand hersteld, indien het niet in acht nemen van de termijn ingevolge deze Rijkswet rechtstreeks heeft geleid tot het verlies van enig recht of rechtsmiddel.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het niet indienen van de octrooiaanvrage binnen de in artikel 7, eerste lid, bedoelde termijn en op het niet in acht nemen van de hierna in het derde lid bedoelde termijn.
3. Het verzoek moet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een jaar na afloop van de niet in acht genomen termijn, schriftelijk bij de Octrooiraad worden ingediend. Gelijktijdig met het verzoek moet de verzuimde handeling alsnog worden verricht. Het verzoekschrift moet met redenen zijn omkleed en door de verzoeker of diens schriftelijk gemachtigde zijn ondertekend. Indien de verzoeker niet in het Koninkrijk of indien het een Europees octrooi betreft binnen Nederland woont, is hij verplicht in Nederland domicilie te kiezen bij een gemachtigde. Bij de indiening van het verzoekschrift moet een bij algemene maatregel van Rijksbestuur te bepalen bedrag worden betaald.
4. Over het verzoek beslist een daartoe samen te stellen bijzondere afdeling van de Octrooiraad, de verzoeker gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. De beslissing is met redenen omkleed en wordt onverwijld door de Octrooiraad aan de verzoeker schriftelijk medegedeeld. Ten aanzien van zodanige beslissing is artikel 24A van overeenkomstige toepassing.
5. De Octrooiraad tekent het herstel in de openbare registers aan en geeft daarvan kennis in het in artikel 25 bedoelde blad, indien van het gevolg van het niet in acht nemen van de termijn eveneens kennis was gegeven.
6. Degene, die in het tijdvak, gelegen tussen het verlies van het recht of rechtsmiddel en het herstel in de vorige toestand, begonnen is met de vervaardiging of toepassing binnen het Koninkrijk of, indien het een Europees octrooi betreft, binnen Nederland, in of voor zijn bedrijf van datgene, waarvoor tengevolge van het herstel octrooi is verleend of in stand is gebleven, dan wel een begin van uitvoering heeft gegeven aan zijn voornemen daartoe, blijft niettegenstaande het octrooi bevoegd de in artikel 30, eerste lid, bedoelde handelingen te verrichten. Artikel 32, tweede en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het niet indienen van de octrooiaanvrage binnen de in artikel 7, eerste lid, bedoelde termijn en op het niet in acht nemen van de hierna in het derde lid bedoelde termijn.
3. Het verzoek moet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een jaar na afloop van de niet in acht genomen termijn, schriftelijk bij de Octrooiraad worden ingediend. Gelijktijdig met het verzoek moet de verzuimde handeling alsnog worden verricht. Het verzoekschrift moet met redenen zijn omkleed en door de verzoeker of diens schriftelijk gemachtigde zijn ondertekend. Indien de verzoeker niet in het Koninkrijk of indien het een Europees octrooi betreft binnen Nederland woont, is hij verplicht in Nederland domicilie te kiezen bij een gemachtigde. Bij de indiening van het verzoekschrift moet een bij algemene maatregel van Rijksbestuur te bepalen bedrag worden betaald.
4. Over het verzoek beslist een daartoe samen te stellen bijzondere afdeling van de Octrooiraad, de verzoeker gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. De beslissing is met redenen omkleed en wordt onverwijld door de Octrooiraad aan de verzoeker schriftelijk medegedeeld. Ten aanzien van zodanige beslissing is artikel 24A van overeenkomstige toepassing.
5. De Octrooiraad tekent het herstel in de openbare registers aan en geeft daarvan kennis in het in artikel 25 bedoelde blad, indien van het gevolg van het niet in acht nemen van de termijn eveneens kennis was gegeven.
6. Degene, die in het tijdvak, gelegen tussen het verlies van het recht of rechtsmiddel en het herstel in de vorige toestand, begonnen is met de vervaardiging of toepassing binnen het Koninkrijk of, indien het een Europees octrooi betreft, binnen Nederland, in of voor zijn bedrijf van datgene, waarvoor tengevolge van het herstel octrooi is verleend of in stand is gebleven, dan wel een begin van uitvoering heeft gegeven aan zijn voornemen daartoe, blijft niettegenstaande het octrooi bevoegd de in artikel 30, eerste lid, bedoelde handelingen te verrichten. Artikel 32, tweede en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 17A
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl