BWBR0001879
Geldig vanaf 01-01-1991
Artikel 22G
Rijksoctrooiwet
1. Een rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 9, 10 of 11 kan na de terinzagelegging van de aanvrage, doch uiterlijk vier maanden na de kennisgeving in het in artikel 25 bedoelde blad van een verzoek als bedoeld in artikel 22J, op grond van eerstgenoemde artikelen schriftelijk aan de Octrooiraad verzoeken te bepalen, dat de aanspraak op octrooi geheel of gedeeltelijk aan hem of mede aan hem toekomt. Bij het indienen van een daartoe strekkend verzoekschrift moet een bij algemene maatregel van Rijksbestuur te bepalen bedrag worden betaald.
2. Een verzoekschrift als bedoeld in het eerste lid is met redenen omkleed en door de verzoeker of zijn schriftelijk gemachtigde ondertekend. Indien de verzoeker niet in het Koninkrijk woont, is hij verplicht in Nederland domicilie te kiezen bij een gemachtigde.
3. Nadat een verzoekschrift als bedoeld in het eerste lid is ingediend, kan de aanvrager de betrokken aanvrage niet overeenkomstig artikel 8A, eerste lid, splitsen, wordt de termijn bedoeld in artikel 8A, tweede lid, eerste volzin, voor zover nodig geschorst en wordt de behandeling ingevolge de artikelen 23-24A van de aanvrage opgeschort, totdat de beslissing op het verzoekschrift onherroepelijk is geworden. Na indiening van het verzoekschrift stelt de Octrooiraad onverwijld een uit drie leden bestaande bijzondere afdeling samen, die het verzoekschrift in behandeling neemt. De afdeling beslist na de aanvrager en de verzoeker te hebben gehoord, althans behoorlijk te hebben opgeroepen.
4. Een krachtens het derde lid te nemen beslissing is met redenen omkleed en wordt onverwijld door de Octrooiraad aan de aanvrager en de verzoeker schriftelijk medegedeeld. Ten aanzien van zodanige beslissing is artikel 27 van overeenkomstige toepassing.
5. Indien is beslist, dat de aanspraak op octrooi aan de verzoeker of mede aan de verzoeker toekomt, treedt deze in zoverre in de plaats van de aanvrager.
2. Een verzoekschrift als bedoeld in het eerste lid is met redenen omkleed en door de verzoeker of zijn schriftelijk gemachtigde ondertekend. Indien de verzoeker niet in het Koninkrijk woont, is hij verplicht in Nederland domicilie te kiezen bij een gemachtigde.
3. Nadat een verzoekschrift als bedoeld in het eerste lid is ingediend, kan de aanvrager de betrokken aanvrage niet overeenkomstig artikel 8A, eerste lid, splitsen, wordt de termijn bedoeld in artikel 8A, tweede lid, eerste volzin, voor zover nodig geschorst en wordt de behandeling ingevolge de artikelen 23-24A van de aanvrage opgeschort, totdat de beslissing op het verzoekschrift onherroepelijk is geworden. Na indiening van het verzoekschrift stelt de Octrooiraad onverwijld een uit drie leden bestaande bijzondere afdeling samen, die het verzoekschrift in behandeling neemt. De afdeling beslist na de aanvrager en de verzoeker te hebben gehoord, althans behoorlijk te hebben opgeroepen.
4. Een krachtens het derde lid te nemen beslissing is met redenen omkleed en wordt onverwijld door de Octrooiraad aan de aanvrager en de verzoeker schriftelijk medegedeeld. Ten aanzien van zodanige beslissing is artikel 27 van overeenkomstige toepassing.
5. Indien is beslist, dat de aanspraak op octrooi aan de verzoeker of mede aan de verzoeker toekomt, treedt deze in zoverre in de plaats van de aanvrager.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 22G
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl